Aan de horizon    van Rikkert Zuiderveld

Het licht verbrokkelt aan de horizon,

de avond valt. Dit zijn de donkere dagen.

De kerstboodschap ligt in de winkelwagen

en iedereen kruipt weg in zijn cocon.

De broze mens is bang en aangeslagen,

een wolk van boosheid heeft het licht gedoofd;

de vrede waar haast niemand in gelooft,

is ver. Het onrecht is niet te verdragen.

Toch zingt er nog, hoog in de bomenkruin,

een merel. En haar lied maakt alles lichter,

het zegt: er is een ongerepte tuin,

die van de dromer, pelgrim, danser, dichter,

de tranenvanger en de vredestichter,

de dwaas die durft te dansen op het puin.

December 2016

 

----------------------------------------------------------------------------------------

 ‘Eenvoudig op weg zijn’ van Herman Andriessen

 

Moed houden, eenvoudig voortgaan

als je kunt.

En als je niet kunt, niet meer kunt,

wachten;

of uitrusten bij een vriend als die er is.

En als die er niet is,

tóch wachten;

-dan maar alleenWachten

tot het weer gaat:

Straks.

Eenvoudig voortgaan: de weg nemen

zoals die komt

met z’n vóór en z’n tegen;

je oog helder als een lamp

die je lijf verlicht.

Doen wat ter hand is.

Antwoorden geven als die er zijn.

Eenvoudig voortgaan en weten:

deze weg is niet alles,

en is niet van deze wereld alleen.

De wolken zien aandrijven uit eeuwige verten

-wie trok er hun grens?-

en je hart voelen kloppen

op de eeuwige heuvels

-wie heeft ze gegrond?-

En van alle dingen de stille kant zien,

Waar ze grenzen aan de eeuwigheid.

     


Theresia van Ávila (1515 – 1582).

Zoek jezelf in mij

Ziel, zoeken moet je jezelf in Mij,
en Mij moet je zoeken in jezelf.

Zo heeft, o ziel, de liefde
jouw beeld in Mij kunnen prenten,
dat geen wijs schilder,
met al zijn meesterschap,
dat beeld zou kunnen maken.

Jij werd uit liefde geschapen,
mooi, knap en zo diep
in mijn binnenste getekend,
dat, als jij jezelf verliest, mijn lief,
ziel, jij jezelf moet zoeken in Mij.

Ik weet, als jij je ooit zou vinden
getekend in mijn hart
en zo naar het leven uitgebeeld,
dat het je verheugen zou, bij het zien van jezelf,
je zo prachtig getekend te zien.

En mocht je soms niet weten
waar je Mij zult vinden,
dwaal dan niet van hier naar ginds,
maar, als je Mij vinden wilt,
moet je Mij in jezelf zoeken.

Want jij bent mijn onderdak,
jij bent mijn thuis en verblijf,
en daarom klop ik altijd bij jou aan,
wanneer ik vind in jouw gedachten
de deur gesloten.

Buiten jezelf hoef je Mij niet te zoeken,
want om Mij te vinden
zal het genoeg zijn Mij alleen maar te roepen;
Ik zal dan zonder talmen naar jou toegaan
en Mij moet je zoeken in jezelf.

Vertaling H. Blommestijn


De weg van de hoop  (Václav Havel)

De weg van de hoop.

Diep in onszelf dragen we hoop:
als dat niet het geval is,
is er geen hoop.

Hoop is de kwaliteit van de ziel
en hangt niet af
van wat er in de wereld gebeurt.

Hoop is niet te voorspellen of vooruit te zien.
Het is een gerichtheid van de geest,
een gerichtheid van het hart,
voorbij de horizon verankerd.

Hoop
in deze diepe krachtige betekenis
is niet het zelfde als vreugde
omdat alles goed gaat
of bereidheid je in te zetten
voor wat succes heeft.

Hoop is ergens voor werken
omdat het goed is,
niet alleen omdat het kans van slagen heeft.

Hoop is niet hetzelfde als optimisme
evenmin overtuiging
dat iets goed zal aflopen.


Wel de zekerheid dat iets zinvol is
afgezien van de afloop,
het resultaat.

Václav Havel
5 oktober 1936 – 18 december 2011

 


 

De herberg

Dit mens-zijn is een soort herberg: elke ochtend weer bezoek.

Een vreugde, een depressie, een benauwdheid,
een flits van inzicht komt als een onverwachte gast.

Verwelkom ze: ontvang ze allemaal gastvrij!

Zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt
die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat.

Behandel dan toch elke gast met eerbied.
Msschien komt hij de boel ontruimen
om plaats te maken voor extase …

De donkere gedachte, schaamte, het venijn,
ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns
en vraag ze om erbij te komen zitten.

Wees blij met iedereen die langskomt.
De hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd
om jou als raadgever te dienen.

Jalaluddin Rumi
Perzisch dichter (1207- 1273)
Vertaling R. van Zeyl


 

"Desiderata"(Latijn voor" de gewenste dingen ", meervoud van desideratum) Is eenprozagedicht door Max Ehrmann over het bereiken van geluk in het leven.

 

Desiderata

Wees kalm te midden van het lawaai en de haast.
Bedenk welk een vrede er in stilte kan heersen.
Sta op goede voet met alle mensen zonder jezelf geweld aan te doen.
Zeg je waarheid rustig en duidelijk.

Luister naar anderen; ook zij vertellen hun verhaal.
Mijd luidruchtige en agressieve mensen; zij belasten de geest.
Wanneer je jezelf met anderen vergelijkt,
zou je ijdel of verbitterd kunnen worden,
want er zullen altijd grotere en kleinere mensen zijn dan jijzelf.
Geniet zowel van wat je hebt bereikt als van je plannen.

Blijf belangstelling houden voor je eigen werk, hoe nederig het ook mag zijn,
het is een werkelijk bezit in deze veranderlijke tijd.
Wees jezelf. Veins vooral geen genegenheid, maar wees evenmin cynisch over de
liefde, want bij alle dorheid en ontevredenheid is zij eeuwig als het gras.
Volg de loop der jaren met gratie, verlang niet naar een tijd die achter je ligt.

Kweek geestkracht om bij onverwachte tegenslagen beschermd te zijn,
maar verdriet jezelf niet met spookbeelden;
vele angsten worden uit vermoeidheid en eenzaamheid geboren.
Leg je een gezonde discipline op, maar wees daarbij lief voor jezelf.
Je bent een kind van het heelal, niet minder dan de bomen en de sterren.
Je hebt het recht om hier te zijn.

En ook al is het je wel of niet duidelijk,
het heelal ontvouwt zich zoals het zich ontvouwt en zo is het goed.
Heb daarom vrede met God, hoe je ook denkt dat hij moge zijn
en wat je werk en aspiraties ook mogen zijn,
houd vrede met je ziel in de lawaaierige verwarring van het leven.

Met al zijn klatergoud, somberheid en vervlogen dromen
is dit nog steeds een prachtige wereld.
Wees voorzichtig, tracht gelukkig te zijn

door Max Ehrmann

 

--------------------------------------------------------------------------------------------

Gedicht van Theresia van Ávila (1515 – 1582).

 

Zoek jezelf in mij

 

Ziel, zoeken moet je jezelf in Mij,
en Mij moet je zoeken in jezelf.

Zo heeft, o ziel, de liefde
jouw beeld in Mij kunnen prenten,
dat geen wijs schilder,
met al zijn meesterschap,
dat beeld zou kunnen maken.

Jij werd uit liefde geschapen,
mooi, knap en zo diep
in mijn binnenste getekend,
dat, als jij jezelf verliest, mijn lief,
ziel, jij jezelf moet zoeken in Mij.

Ik weet, als jij je ooit zou vinden
getekend in mijn hart
en zo naar het leven uitgebeeld,
dat het je verheugen zou, bij het zien van jezelf,
je zo prachtig getekend te zien.

En mocht je soms niet weten
waar je Mij zult vinden,
dwaal dan niet van hier naar ginds,
maar, als je Mij vinden wilt,
moet je Mij in jezelf zoeken.

Want jij bent mijn onderdak,
jij bent mijn thuis en verblijf,
en daarom klop ik altijd bij jou aan,
wanneer ik vind in jouw gedachten
de deur gesloten.

Buiten jezelf hoef je Mij niet te zoeken,
want om Mij te vinden
zal het genoeg zijn Mij alleen maar te roepen;
Ik zal dan zonder talmen naar jou toegaan
en Mij moet je zoeken in jezelf.

 

Vertaling H. Blommestijn
http://www.sporenvangod.nl/theresia-van-avila.html

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 

De kern van alle dingen

 Felix Timmermans

De kern van alle dingen
is stil en eindeloos.
Alleen de dingen zingen.
Ons lied is kort en broos.En donker zingt mijn bloed,
van heimwee zwaar doorwogen.
Ik zeil langs regenbogen
Gods stilte tegemoet.

Met U zijn er geen verten meer
en alles is nabij.


Des levens aanvang glinstert weer,
geen gisteren en geen morgen meer,
geen tijd meer en geen uren,
geen grenzen en geen muren;
en alle angst voorbij,
verlost van schaduw en van schijn,
wordt pijn en smart tot vreugd verheven!


Hoe kan het zoo eenvoudig zijn!
Hoe kan het leven Hemel zijn,
met U, o kern van alle leven!

Ik weet het niet, ik vind geen naam,
ik krijg het met geen woorden saam
wat er nu omgaat in mijn ziele.
Is het soms blijdschap? Is 't verdriet?
Of allebei? En ook weer niet ...
Ik kan slechts zwijgend knielen.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Aan mijn kind III

Wanneer men kindren voor een venster brengt,

Vlak voor een venster, dat het stroomend licht

Hangt in het haar en diep in 't zacht gezicht,

Lachen hun oogen alsof God hen wenkt.

Ik denk, God is als een vereenzaamd man,

Die naar de wereld kijkt en keurt haar goed -

Maar ziet hij kindren voor een venster, dan

Lacht hij en wenkt zooals een vader doet.

En wie goed luistert naar dit stil gesprek,

Die zal de woorden in zijn hart bewaren:

Hij hoort de stem van Gods eenvoudig leven -

Hij aarzelt lang in 't zonnige vertrek,

En strijkt zijn kind maar langs de blonde haren,

En ziet het zonlicht door zijn tranen beven.

 

Martinus Nijhoff  (In: Verzamelde gedichten, p.55

Oorspronkelijk in: De wandelaar, 1916)

--------------------------------------------------------------------------------

Was mich bewegt

Man muss den Dingen
die eigene, stille ungestörte Entwicklung lassen,
die tief von innen kommt
und durch nichts gedrängt oder beschleunigt werden kann,
alles ist ausgetragen -
und dann geboren...

Reifen wie der Baum,
der seine Säfte nicht drängt
und getrost in den Stürmen des Frühlings steht,
ohne Angst
dass dahinter kein Sommer kommen könnte.

Er kommt...!
Aber er kommt nur zu den Geduldigen,
die da sind,
als ob die Ewigkeit vor Ihnen läge,
so sorglos, still und weit.

Man muß Geduld haben
gegen das Ungelöste im Herzen
und versuchen, die Fragen selbst lieb zu haben,
wie veschlossene Stuben
und wie Bücher, die in einer sehr fremden Sprache geschrieben sind.

Es handelt sich darum, alles zu leben.
Wenn man die Fragen lebt,
lebt man vielleicht allmählich,
ohne es zu merken,
eines fremden Tages
in die Antworten hinein.

Rainer Maria Rilke

 

Was mich bewegt

 

Men moet de dingen aan de eigen, stille,
ongestoorde ontwikkeling over laten,
die diep van binnen komt
en die zich door niets laat haasten of versnellen;
eerst volledig rijpen – en daarna baren…
Rijpen zoals een boom die zijn sapstroom niet stuwt
en die rustig in de lentestormen staat,
zonder angst, dat er straks geen zomer kan komen.
Die zomer komt toch!
Maar hij komt alleen bij de geduldigen
die leven alsof de eeuwigheid voor hen ligt
zo zorgeloos stil en wijds…


Men moet geduld hebben
tegen de onopgeloste zaken in ons hart
en proberen de vragen zelf lief te hebben,
als gesloten kamers,
en als boeken die in een zeer vreemde taal
geschreven zijn.
Het komt er op aan alles te leven.
Als je de vragen leeft,
dan leef je misschien langzaam maar zeker
zonder het te merken
op een goede dag
het antwoord in.

 

(naar: ‘Was mich bewegt’
Rainer Maria Rilke (1875 – 1926)

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 

Vrede 

Komt een duif van honderd pond, 
een olijfboom in zijn klauwen, 
bij mijn oren met mijn mond 
vol van koren zoete vrouwen, 
vol van kirrende verhalen 
hoe de oorlog is verdwenen 
en herhaalt ze honderd malen: 
alle malen zal ik wenen. 

Sinds ik mij zo onverwacht 
in een taxi heb gestort 
dat ik in de nacht een gat 
naliet dat steeds groter wordt, 
sinds mijn zacht betraande schat, 
droogte blozend van ellende 
staan bleef, zo bleef stilstaan dat 
keisteen ketste in haar lenden, 
ben ik te dicht en droog van vel 
om uit te zweten in gebeden, 
kreukels knijpend evenwel, 
en 'vrede' knarsend, 'vrede, vrede', 

Liefde is een stinkend wonder 
van onthoofde wulpsigheden 
als ik voort moet leven zonder 
vrede, godverdomme, vrede ; 
want het scheurende geluid 
waar ik van mijn lief mee scheidde 
schrikt mij nu het bed nog uit 
waar wij soms in dromen beiden 
dat de oorlog van weleer 
wederkeert op vilten voeten, 
dat we, eigenlijk al niet meer 
kunnend alles, toch weer moeten 
liggen, rennen en daarnaast 
gillen in elkanders oren, 
zo wanhopig dat wij haast 
dromen ons te kunnen horen. 

Mag ik niet vloeken als het vuur 
van een stad, sinds lang herbouwd, 
voortrolt uit een kamermuur, 
rondlaait en mij wakker houdt ? 
Doch het versgebraden kind, 
vuurwerk wordend, is het niet 
wat ik vreselijk, vreselijk vind: 
het is de eeuw dat niets geschiedt, 
nadat eensklaps, midden door een huis, 
een toren is komen te staan van vuil, 
lang vergeten keldermodder, 
snel onbruikbaar wordend huisraad, 
bloedrode vlammen en vlammend 
rood bloed, de lucht eromheen behangen 
met levende delen van dode doch 
aardige mensen, de eeuwlange stilte voor- 
dat het verbaasde kind in deze zuil 
gewurgd wordt en reeds de armpjes 
opheft. 

Kom vanavond met verhalen 
hoe de oorlog is verdwenen, 
en herhaal ze honderd malen: 
alle malen zal ik wenen. 

 


Leo Vroman 
Uit: Slaapwandelen 
(Querido 1957) 

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

40 dagen tijd

40 dagentijd

 

om het verdorde weg te hakken

te wieden, te wroeten, te ploegen

te spitten

dieper en dieper te spitten

 

Aarde omwoelen

lucht, water, vuur

geven aan de aarde

de aarde van je leven

40 dagen werktijd

om zo te kunnen zaaien en planten

en opnieuw te groeien

je te wortelen

in vaste, goede bodem

diep in de aarde

hoog in de hemel  

 

(Kathleen Boedt)

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Martin Luther King day:

Dream do you have a

Rikkert Zuiderveld: I have a dream  

 

I HAVE A DREAM

Soms heeft een mens een droom, 

een droom waarvoor hij wakker dient te blijven 

en niet -als in de hof van de olijven- in slaap te vallen, 

ergens bij een boom die kromgegroeid van onrecht, 

al het lijden aanschouwde 

van wie ooit zijn onderdrukt. 

Het recht behoort aan hen die zijn mislukt, 

verliezers die zachtmoedig blijven strijden, 

geweldenaars recht in de ogen kijken, 

dwars door hen heen, naar het beloofde land. 

Zo ver als blote armen kunnen reiken. 

Wie slaapt ziet nooit de tekens aan de wand 

die God met zijn gewonde vinger schrijft. 

Ik heb een droom.

Als je maar wakker blijft.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Mens zijn volgens Rumi.Rumi

Mens zijn is een herberg,
elke ochtend arriveert er een ander,
een vreugde, een depressie, een laagheid,
een moment van bewustzijn daagt op als een onverwachte bezoeker.
Verwelkom en vermaak ze allen!
Behandel iedere gast met eerbied,
al is het een schare verdriet,
die je huis heftig van zijn meubilair ontdoet.
Misschien ruimen ze je huis leeg voor een nieuwe verrukking,
de donkere gedachte, de schaamte, de boosaardigheid……
Treed ze met een lach, bij de deur, tegemoet
en nood ze binnen.
Wees dankbaar voor wie er komt;
ieder van hen is immers gezonden als een leidsvrouwe/man van boven….

Rumi (1207 – 1273), filosoof en dichter van Perzische afkomst en soefi-mysticus

--------------------------------------------------------------------------------------------------------- 

Een Nieuw Begin

nieuw begin

Geniet van het leven
als de storm loeit of
als het lente is
geniet van het leven
als de regen plenst of
als het lente is
zing en geniet
vlieg als vlinders
door de blauwe lucht
geniet en wees niet bang

geniet van elke dag
huil als het moet tot
je bijna stikt in je tranen
en geniet toch van die dag
pluk elke vrucht die
je aan die dag ziet hangen
elke dag een lach
pak de liefde vast en omarm die
de zon ook voor die dag

elke dag een lach
zelfs als het een lach van herinnering zal zijn
elke dag een lach
zelfs huilen van verdriet
is herinneren aan de lach
van de liefde
de herinnering aan eens het paradijs zorgt voor een lach op elke dag

elke dag als een geschenk
zelfs als die zo zwaar
en moeilijk is moeilijk,
maar toch vol met licht
elke dag heeft een lach
zelfs als het lijkt
of het einde nadert
niet het einde, maar een begin
een eindeloos, nieuw begin

in de laatste nacht
zal Hij de Zijnen dragen
naar het eeuwig licht!

 

Beau Landsman 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------- 

Adventsgedicht: 

adventkaars

 

 

 

Het eerste licht van Advent is het licht van stenen.
Stenen die leven in kristallen, schelpen en botten.

Het tweede licht van Advent is het licht van planten.
Wortels, stengel, blad, bloem en vrucht waardoor wij leven en groeien.

Het derde licht van Advent is het licht van de dieren.
Dieren van boerderij, veld, bos, lucht en zee.
Allen wachten zij op de grote geboorte.

Het vierde licht van Advent is het licht van de mensheid.
Het licht van liefde, het licht van gedachte, om te geven en te begrijpen.

Rudolf Steiner

--------------------------------------------------------------------------------------------------------- 

 

De brug

De Brug

 

Breng jij mij op weg tot aan de brug?
Ik ben zo bang om daar alleen te staan.
Als we daar zijn, ga niet direct terug.
maar wacht totdat ik overga en zwaai me na
dan voel ik mij veilig en vertrouwd.

 

Breng jij mij weg tot aan de brug?
Ik heb geen idee hoe diep het water is.
De overkant lijkt mij zo ver.
Je kunt de oever hier niet zien.
Zover het oog reikt, zie ik mist.
Ik twijfel aan het verdergaan.

 

Je angst voor de dood
is als je angst voor het leven:
het nieuwe lijkt te groot
om het oude op te geven.
In de diepte van je verlangen
ligt de kennis van het nieuwe leven,
de vlinder die al weet van vliegen
in zijn donkere cocon.

 

Breng jij mij weg naar de brug
En ga dan niet te vlug terug.

 

Een heel klein duwtje in mijn rug
Is alles wat ik nog verlang van jou.
Ik ga nu gauw,
want het begin is reeds inzicht: ik voel
de warmte van het Licht.

 

Toine Lacet

--------------------------------------------------------------------------------------------------------- 

 

 

 

Om gelijkmoedigheid   gelijkmoedigheid

 

Maak mijn hart een oase van stilte,

maak mijn lichaam een tempel van rust,

maakt mijn geest een onbeschreven blad,

maak mijn ziel een spiegel van licht.

 

Maak mijn mond zonder oordeel,

maak mijn ogen onthecht,

maak mijn oren tot horen bereid.

Dat ik leer staan met lege handen.

 

Dat ik mag aanvaarden wat is,

mag vertrouwen wat komt,

mag loslaten wat was,

op adem mag komen ieder moment.

 

Alles begrijpend ben ik wijs,

niets grijpend ben ik liefde,

niets bezittend ben ik vrij,

niets waar makend ben ik waar.

 

Toon mij het gezicht vanHein Stufkens

voor ik begon. Maak mij

één met alles, één  met allen,

één  met de Bron.

 

Hein Stufkens

--------------------------------------------------------------------------------------------------------- 
De grassenGrassen

Als ik nog ouder ben, en helderder mijn ogen
door zachte tranen en zacht geluk gewassen zijn,
dan valt veel arbeid stil - dán zal ik toeven mogen
waar op de zomerwei de hoge grassen zijn.

Veel schoons heb ik aanschouwd, veel zware vreugd gedragen,
en wél was elk seizoen tot aan de rand gevuld;
maar dit vraagt klare rust, de vree van late dagen,
de stilte en de wijsheid van een rijp geduld.

Daar ligt de weide, trillend, schemerend van schrifturen
waarin door de eeuwen eend're wetten staan verteld;
ik zie hen tegen 't blauw in ongebroken uren,
getakte tekenen op een azuren veld.

Oneindig is de rijkdom der verscheidenheden
Ida Gerhardt
van haakjes, tittels, lijntjes in het strakke schrift,
soms zwevend overdonsd - bij het naar buiten treden
de bloeisels, grijs op grijs - met stippelende stift.

En ik zal, als een kind, dit langzaam leren lezen,

tot vast in mij geprent de ranke aren staan;
en in het donk're huis zal 's avonds óm mij wezen
de wiegeling der grassen vóór het slapen gaan.


Ida M. Gerhardt (1905-1997)
uit: Buiten schot (1947)

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------- 
merel 201008 dronten evz020633
God zit niet op een troon van chroom of nikkel,
soms zit Hij in een oude perenboom en merelt,
soms staat Hij op zijn hoofd in een klein kind,
want Hij is altijd soms.
Hij is geen kerk van holle eeuwigheid,
Hij is een nu, een hier, een altijd soms.
Soms lust die schuimt,
soms een verliefdheid,
wee de maagd.
Maar altijd is Hij overal in alles
zoals het is, zoals het soms en altijd anders is.
 Bertus Aafjes
“Godsbegrip” uit de bundel Karavaan, 1953

---------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Marinus van den Berg

Uit "Een nieuw begin" Gebeden en gedichten Kampen 1991, pag. 30


Tussen alles door

Tussen alle roepen door, 

tussen stemmen die elkaar overstemmen door, 

is er het gefluister van de mens die haast geen kracht meer heeft. 

De zachte roep van de gebroken stem 

die vraagt om gehoord te worden: 

luister naar mijn fluisteren. 

Tussen alle rennen door, 

tussen allen die zichzelf voorbij hollen door, 

is er het geschuifel van de mens die nog maar langzaam vooruit komt. 

Het haast niet meer bewegen van de voeten 

die vragen om een eindje mee te lopen. 

Luister naar het geschuifel. 

Tussen alle zekerheden door,

Tussen alle woorden van hen

Die zo zeker lijken door,

Is er de aarzelende vraag

Van de mens die vol vragen in het leven staat.

De aarzelende vraag in de ogen

Vraagt om gezien te worden.

Luister naar de vragen.

Tussen alle bedrijven door, 

tussen het druk zijn 

met van alles en nog wat door, 

is er dat onophoudelijke verlangen, 

van de mens die vraagt om ontmoeting. 

Het onophoudelijke verlangen in het gezicht 

vraagt om gehoord te worden: 

Geef mij een hart dat het verlangen verneemt. 

Geef mij ogen die de vragen zien. 

Geef mij oren die het gefluister horen. 

Schenk mij de ontmoeting die geneest. 

 

 

---------------------------------------------------------------------------------------------------------

Abel Herzberg:
(in: 'Drie rode rozen', Amsterdam 1987, pag.114)

Want alles is fragment.

Al door het zeggen van het woord
Deelt men, scheidt men en schendt
Het alomvattende, dan men niet kent,
Dat ik aanwezig weet of alleen maar vermoed,
Dat ik niet uitspreken kan en toch uitspreken moet,
Dat mij beheerst en mij te luisteren gebiedt.
Maar als ik zoek en luister, dan vind ik het niet.

Een troost blijft:

Er is in ieder woord een woord,
Dat tot het onuitsprekelijke behoort;
Er is in ieder deel een deel
Van het ondeelbare geheel,
Gelijk in elke kus, hoe kort,
Het hele leven meegegeven wordt. 

-----------------------------------------------------------------------------------------------------

Ben Ali Libi

Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord, 
staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord, 
dus
keek ik er met verwondering naar: 
Ben Ali Libi. Goochelaar.

Met een lach en een smoes en een goocheldoos 
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos, 
scharrelde hij de kost bij elkaar: 
Ben Ali Libi, de goochelaar.

Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost 
dat Nederland nodig moest worden verlost 
van het wereldwijd joods-bosjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.

Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt, 
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar 
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

In 't concentratiekamp heeft hij misschien 
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien 
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar, 
Ben Ali Libi, de goochelaar.

En altijd als ik een schreeuwer zie 
met een alternatief voor de democratie, 
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,
hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.

Willem Wilmink,

Uit: Je moet je op het ergste voorbereiden
Uitgeverij Bert Bakker 2003

------------------------------------------------   

"Vrijheid"

van Marion bloem

 

Vrijheid

-

Als vrij zijn is: hou jij je mond

want ik heb iets te zeggen

-

Als vrij zijn is: jij achter tralies, want

dan hoeven wij niet bang te zijn

voor al jouw anders zijn en doen en anders

laten

-

Als vrij zijn is: de dag van morgen

strak bepalen door de dag vandaag

iets minder dag te laten zijn

-

Als vrij zijn is: de deuren sluiten

en op het beeldscherm vrij bekijken

wat veilig uit de buurt moet zijn

-

Als vrij zijn is: steeds rustig slapen

omdat de anderen hun tong moedwillig

is ontnomen

-

Als vrij zijn is: eten wat en wanneer je wilt

maar de schillen laten vallen in de kranten

waar de honger wordt verzwegen

-

Als vrij zijn is: niet hoeven weten wat mij

heeft vrijgemaakt, mij vrij houdt, mij

in vrijheid elke dag gevangen neemt

-

Als vrijheid is: wachten tot de ander

mij bevrijdt van angsten waar ik

heilig op vertrouw

-

Als vrijheid mijn gedachten pleistert

Als vrijheid om mij heen overal rondom

en in mij waait,

maar voor jou niet is te vangen

-

Als vrijheid mij beschermt

tegen jouw ideeën die voor mij te

anders zijn

-

Als vrijheid voor mij vandaag zo

vanzelfsprekend lijkt, en jij niet

weet wat dat betekent

Dan is vrijheid munt voor mij

en kop eraf voor jou

-

Dan is vrijheid lucht en willekeurig

-

Maar staat het mij misschien wel vrij

om iets van mijn riante vrijheid -met

wederzijds goedvinden natuurlijk-

tijdelijk of voor langere duur

af te staan om jou

van mijn verstikkende vrijheid

te bevrijden

-

- Marion Bloem

------------------------------------------------   

r-roland-holst-schetsontwerp-voor-portret-gebrand-glas-1916-litho-op-papier-399-x-26-cm-gemeentemuseum 

Gedicht van de maand 

 

Henriëtte Roland Holst

 

(1869-1952)

 

De zachte krachten zullen zeker winnen 
in ’t eind -- dit hoor ik als een innig fluistren 
in mij: zoo ’t zweeg zou alle licht verduistren 
alle warmte zou verstarren van binnen.

 

De machten die de liefde nog omkluistren 
zal zij, allengs voortschrijdend, overwinnen, 
dan kan de groote zaligheid beginnen 
die w’als onze harten aandachtig luistren

 

in alle teederheden ruischen hooren 
als in kleine schelpen de groote zee. 
Liefde is de zin van ’t leven der planeten

 

en mensche’ en diere’. Er is niets wat kan storen 
’t stijgen tot haar. Dit is het zeekre weten: 
naar volmaakte Liefde stijgt alles mee.

 

-----------------

  Lentegezang 

 

Te loopen in het jonge lentelicht,
dat nu elken dag langer openbloeit, -
naar de steilte te heffen het gezicht,
daarheen waar hoog, eenzaam een vogel roeit,

of maar naar den top van den populier,
waarin de merel zijn avondlied zingt, -
lied, waar al het geluksverlange' in klinkt,
dat nu rumoert door mensch en dier, -

zoo te loopen, vaak vol bekommering
over de wereld, het duistre gebeur

in haar; kleine, nietige enkeling
vol zwakheid en vol twijfel en getreur,

en dan op eens, vol moed weer en vol drang
te helpe' en ook nog soms, vol lentezang. 

 

 Henriëtte Roland Holst-van der Schalk

 

 ------------------------------------------------------------------------------------------

 

Voorjaarsochtend

Vroege Voorjaarsavond 

Het ongelezen boek viel naast hem neder;
Hij streek langs de ogen met een vage hand,
En keek naar buiten: 't eerste lenteweder
Betoverde het schemerende land.

Er was een waas van het aanvanklijk lover
Om het afzonderlijke, zwarte hout,
En iets als zoelte zweemde de avond over,
Maar waar de wind zijn vleugel sloeg was 't koud.

De lenten gingen en de lenten komen;
De wereld is een onverganklijk oord,
Waaraan de harten, eenmaal opgenomen,
Niet meer ontwijken dan door de éne poort.

Waarom dan zich in dromen te vergeten?
Laat het boek ongelezen. Wie, die 't deert?
Er is maar één ding, dat wij zeker weten:
Dat eens de lente ons nimmer wederkeert.

J.C. Bloem