Brief vanuit de Majellakapel 17 juli 2020

Lieve mensen,

De vorige brief vanuit de Majellakapel eindigde ik met “hopelijk gauw tot ziens!” en gelukkig worden de mogelijkheden daartoe steeds groter. We kunnen elkaar weer voorzichtig, want op afstand, bezoeken. De diensten blijven nog even digitaal, maar er worden diverse ontmoetingsmomenten georganiseerd. Herinnering: wilt u zich even van tevoren opgeven, als u ergens aan deel wilt nemen? We kunnen dan zorgen voor voldoende stoelen, op afstand…

Ja, dat “op afstand”, hoe vaak heb ik die twee woorden de laatste tijd niet gebruikt of gehoord? Gelukkig lijkt het virus zich in Nederland op dit moment koest te houden. Mark Rutte kan tevreden zijn over ons.

“Op afstand”: dat gaat over de reële afstand tussen mensen onderling, gemeten in centimeters, of in armlengtes. Het zegt gelukkig niets over de afstand in denken of voelen. In de diensten ontmoeten we elkaar nog niet fysiek, maar we kunnen de gedachte vasthouden dat meerdere mensen wel op zondagmorgen, of op een ander moment, naar diezelfde dienst zitten te kijken en luisteren. En nu in de zomer nog meer dan anders, omdat het nu niet alleen over ons, de Doopsgezinden en de Huiskamergemeente gaat, maar ook over de Remonstranten en de Lutheranen. Er zijn inmiddels twee van die zomerdiensten geweest, met ds. Peter Korver en daarna ds. Willy Metzger als voorgangers. De volgende twee zijn:

  • op 19 juli ds. Annegreet van der Wijk vanuit de Doopsgezinde Kerk.
    Annegreet zal stilstaan bij een gelijkenis van Jezus uit het Matteüs evangelie. De gelijkenis nodigt uit om naar ons eigen leven te kijken, wat oogsten we? En wat doen we met het onkruid in ons leven? www.dgbussum‐naarden.doopsgezind.nl
  • op 26 juli ds. Friso Boogerd vanuit de Remonstrantse Kerk; website https://remonstranten‐naarden‐bussum.nl/

Ten slotte: enige tijd geleden hebben we u de datum voor de uitgestelde ledenvergadering doorgegeven. Helaas moet deze datum veranderd worden. De nieuwe datum is woensdag 7 oktober 2020, om 20.00 uur. Hopelijk kunnen velen van u die avond aanwezig zijn. Uiteraard zullen we ervoor zorgen dat alles volgens de “corona‐regels” verloopt!

Marijke Katerberg‐Muns


Lieve allemaal,

Bij het schrijven van deze aanhef zie ik vele gezichten voor me en buitelen de namen van u allemaal over elkaar heen. Sommigen heb ik regelmatig gesproken door de telefooncirkel. Bij enkele anderen ben ik al weer op bezoek geweest, maar ook zijn er onder u die ik noch gesproken noch bezocht heb. Dat knaagt wel. Iedereen begrijpt het ‐ dat weet ik zeker ‐ , maar toch… Hopelijk kunnen we elkaar spoedig weer zien als in september de eerste dienst (met alle beperkingen) gaat plaatsvinden.

Ik realiseer me weer extra dat dit een zeer onzekere tijd is. Ook normaal gesproken weten we niet wat ons de volgende dag, het volgende uur! zal overkomen. Nu in deze tijd lijkt het dat onzekerheid door het virus als een constante schaduw op onze weg meeloopt.

Onze weg. Ik zag laatst een film die gaat over die weg en de film heet dan ook The Way. Schitterende film, met verdriet en humor, enige spanning en vooral ontroering. Het is de weg die de hoofdrolspeler gaat op weg naar Santiago de Compostella. Hij wil die weg gaan om af te maken wat zijn zoon niet meer kon. Nu ga ik hier geen recensie van die film geven, maar wel even nadenken over die weg die we allemaal gaan, al is het niet naar Santiago. Ieder kent zijn eigen camino (pelgrimsweg). Soms leven we mee met wat iemand op zijn weg meemaakt, maar vaker, zo denk ik, hebben we geen idee wat een ander meemaakt. In stilte, in de verborgen momentjes. De weg die we maken wordt gekenmerkt door allerlei gebeurtenissen, net als in die film. We ontmoeten mensen op onze weg en soms klikt het meteen en soms juist niet! Soms moet je dingen en soms mag je ze. Soms zijn we dankbaar en soms hebben we moeite met dat wat ons overkomt. Alles komt op onze weg: de hardheid en het zachte, geboorte en dood, mooi en lelijk weer, ergens gaat de deur open en ergens slaat er een dicht. In mijn overdenking van een paar weken terug staat daarover ‘onverwacht is de dag waarop een vriendschap, een liefde je leven binnenwandelt; onverwacht het uur dat je geliefde je leven verlaat, onverwacht die ene gebeurtenis die je bestaan verandert.’ Waar ik in die overdenking geen ruimte meer voor had is een gedicht dat ik dan nu wel kan plaatsen. Het kwam bij het kijken naar die film op. Daarom nu het gedicht Camino van Jan de Jongh:

Leven is op weg zijn,
bergen beklimmen, waden door rivieren, bloemen plukken bij maanlicht.
Dwalen door eenzaamheden en woestijnen. Een kaars branden tegen de storm,
op lopen met anderen of hen dragen, brood delen en vieren in de nacht.

Leven is pelgrimeren,
een tijdlang werken aan de weg, een brug bouwen over zwart water, rovers verjagen en duivels,
waken bidden met zieken, doden begraven bij de kapel.

Nooit raken pelgrims thuis:
‘vreemdelingen’ vestigen niet. Wanneer zij eindelijk aankomen, weten ze wat ze vermoeden:
de weg is het doel.

Joke Werner


Over verschillende soorten taal

In de weekbrief van 19 juni schreef ik iets over “taal, klank en begrip”. Ik wees op de grote betekenis van enkele bijbelvertalingen, waaronder de Statenvertaling, voor het eerst verschenen in 1637. Van die vertaling is een paar jaar geleden een herziening verschenen. De taal van deze bijbelvertaling is aangepast aan het moderne taalgebruik en daardoor begrijpelijker voor jongeren. Niettemin is hier sprake van een fraai Nederlands, niet te populair en ook niet te plechtstatig. Wel is het zo dat moderne vertalingen teruggaan op meer betrouwbare handschriften. Maar wie een fraai Nederlands waardeert zal zeker van deze herziene Statenvertaling genieten.

Maar in dit stukje wil ik aandacht schenken aan het gegeven dat er verschillende soorten talen bestaan; ik bedoel dus niet diverse talen, zoals Nederlands, Engels, Duits, enz.
Je hebt bv. spreektaal en geschreven taal. Er bestaan ook allerlei vormen van vaktaal, met heel specifieke woorden. In de natuurwetenschappen worden vaak ingewikkelde formules gebruikt. Dat is met name het geval bij wiskunde en scheikunde. Zo kennen we ook begrippentaal naast beeldende taal. Als we een rationeel betoog voeren moeten we uitgaan van een logische opbouw daarvan. Gedachten moeten in een logisch verband worden uitgesproken of geschreven. Anders wordt het als los zand, een verhandeling waarvan niemand iets begrijpt.

Ik ga nu over tot het religieuze taalgebruik. Dan blijkt al gauw dat in de religies deels verschillende soorten taal worden gebruikt. Daar is in de eerste plaats de taal van het beeld. Het gaat dan om de talloze verhalen die wij mythen noemen. Lange tijd werden mythen beschouwd als onware, waardeloze verhalen. Dat heeft te maken met de begripsmatige taal die we met name in het Christendom tegenkomen. Het is de taal van de geloofsleer, de dogmatiek. Wie deze taal hanteert ziet mythen als onlogisch en dus onwaar.

In het Christendom baseert men het geloof en de dogmatiek op de bijbel. Maar de bijbel gaat niet zo zeer uit van begrippen, maar van beelden. Van twee kanten is de dogmatiek nu in de problemen gekomen. Het enten van een begripsmatig denken, inclusief de taal daarvan, op de beeldende taal van die bijbelse geschriften is vaak weinig gelukkig. Dogmatiek is daardoor vaak niet langer overtuigend. Een tweede bedreiging voor de dogmatiek vormt het feit dat de wetenschappen tot resultaten leiden die in strijd zijn met allerlei dogmatische leringen.

In onze tijd is men echter tot een nieuwe herwaardering gekomen van mythen. Afgezien van het feit dat ze vaak een interne logica vertonen, zij het op een minder strenge wijze dan toegepast in het rationele betoog, onderkent men de eigensoortige betekenis ervan. Hun betekenis zit in de kracht van hun beelden en hun symbolische betekenis. Op deze wijze kunnen zij uitdrukking geven aan de ondoorgrondelijke kant van de werkelijkheid, zoals wij die ontwaren.

Dit is ook wat gedichten uit verschillende tijden kunnen doen. Wie die gedichten zuiver rationeel benadert kan ze niet verstaan. Je moet gedichten dus vaak anders lezen. Dan openen ze mogelijk vergezichten, die zich aan ons verstand onttrekken.
Op diezelfde manier kunnen onder andere ook bijbelteksten ons nu nog aanspreken. Ze moeten worden gelezen, bevrijd van dogmatische inkaderingen.

dr. Rob Nepveu


Literatuurkring op dinsdag 21 juli; tijd: 10.15 – 12.00 uur
Roxanne van Iperen – ’t Hooge nest.

Het verhaal over de joodse zusjes Brilleslijper die tijdens de Tweede Wereldoorlog veel joden hielpen onderduiken.
In de vorige Brief vanuit de Majellakapel vindt u hier meer informatie over.

Attentie: graag opgeven uiterlijk 20 juli bij Marijke Katerberg (gkaterberg@solcon.nl of 035 69 342 76)

Ontmoetingsmiddag op vrijdag 31 juli, tijd: 15.00 – 16.30 uur Sporen van de oorlog in Naarden‐Bussum
Peter Korver vertelt over de gedenkroute die langs 15 gedenkwaardige locaties in het gebied van de gemeente Gooise Meren voert.
In de vorige brief vanuit de Majellakapel vindt u hier meer informatie over.

Attentie: graag opgeven uiterlijk 29 juli bij Peter Korver (peterkorver@upcmail.nl )


“Wat houd je bezig?”
Carla Welker stuurde ons twee tekstjes van Toon Hermans over bidden:

1. Bidden

Bidden gaat met woorden, maar ik doe het liever zonder En ben opeens een beetje bevangen door het wonder

2. Bidden

Ik kan niet bidden met dezelfde woorden waarmee ik met de bakker praat
Hoewel ik weet dat Hij het kleinste, meest hulpeloze woord verstaat
Ik wil Hem zien in alle dingen en niet alleen wanneer ik bid
Maar ook wanneer ik sta te zingen of achter mijn piano zit


En Marijke Katerberg meldt het volgende:

Van de orde van Oranje‐Nassau ……

Op vrijdag 3 juli was het dan zover en mochten de gedecoreerden in de Grote Kerk in Naarden hun onderscheiding ontvangen. De burgemeester hield een mooie toespraak, maar in verband met de 1,5‐meter‐samenleving mocht hij de lintjes niet opspelden. Bij mij deed Gerrit dat.
Ik ben er blij mee, vooral met de waardering die eruit spreekt, en ga nu weer

… terug naar de orde van de dag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *