Maandbrief 28 augustus 2020

Lieve mensen,
Hoe nu verder? Deze vraag klinkt momenteel in allerlei toonaarden. In deze nieuwsbrief, maar ook in het laatste nummer van Verbinding, dat u deze week ontvangen hebt. Wat een mooi nummer weer, trouwens, een groot compliment voor de redactie en voor Louis van Hattem, die het blad opmaakt!
Ja, hoe nu verder, dat geldt voor ons als Vrijzinnigen Naarden-Bussum natuurlijk ook. Half maart stopten we met de diensten en verzorgden, vooral samen met de Doopsgezinden, iedere week een online-dienst. Wat een prima samenwerking was er, het laatste half jaar, met veel mensen en geloofsgemeenschappen, en wat hebben we veel ervaring opgedaan op het gebied van diensten opnemen. Compliment voor Jan Vos in dit geval! We zijn begonnen met iedere week een digitale brief te sturen en begin juli hebben we dat teruggebracht tot één keer per twee weken. Nu we binnenkort weer samen kunnen komen zullen we van de digitale brief een maandbrief maken, te beginnen met deze. En, natuurlijk, als de omstandigheden daar aanleiding toe geven komt er tussentijds bericht.
In deze maandbrief vindt u de agenda, ook waar het de diensten betreft. Let u erop dat u zich steeds aanmeldt van te voren. Dat kan bij mij (gkaterberg@solcon.nl of 035 – 69 342 76). Als u komt zonder zich te hebben opgegeven kunt u er nog bij zolang het maximum aantal nog niet bereikt is.
Ik hoop u binnenkort te ontmoeten!
Marijke Katerberg-Muns


Voorzichtig en met vertrouwen Sinds deze week weten we weer wat regen en wind is. De uitgedroogde aarde krijgt het water waar het al zolang naar snakt. Veel mensen die ondanks alle risico’s toch op vakantie gingen, zijn weer thuis of komen onder de dreiging van code oranje vervroegd weer terug. De scholen in onze regio zijn weer begonnen. Het lijkt erop dat we een veelbewogen voorjaar en een onstuimige zomer aan het afsluiten zijn. Het afgelopen half jaar heeft iets heel vervreemdends gehad. Aan de ene kant was er alom angst voor het virus en merkten we het maatschappelijk effect van de lockdown. Aan de andere kant is er gelukkig niemand in onze kleine gemeenschap besmet geraakt. In mijn eigen kring van familie en bekenden is iedereen gespaard gebleven. Corona was dominant aanwezig en tegelijk was het onzichtbaar en leek het afwezig. Er zijn dan mensen die het beter uitkomt om de feiten te negeren of zelfs te ontkennen. Dan hoeven ze zichzelf geen ongewenste beperkingen op te leggen. Ze spreken van viruswaanzin of, nog iets meer misleidend, van viruswaarheid. De cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu geven de nuchtere feiten. Deze week staat het aantal mensen dat in het afgelopen half jaar besmet is geraakt in Nederland op 67.543 en meer dan de helft van hen is ouder dan 53. Het aantal mensen dat vanwege het virus werd opgenomen in het ziekenhuis is 12.126 en meer dan de helft van hen is ouder dan 68. Het aantal mensen dat is overleden als gevolg van de ziekte is inmiddels 6.207 en van hen is meer dan de helft ouder dan 83 jaar. Velen van ons zijn dus meer dan gemiddeld kwetsbaar.

Onze kleine gemeenschap laat zich in deze periode leiden door twee uitgangspunten. Ten eerste: we willen er zoveel mogelijk zijn voor elkaar. Ten tweede: we zijn voorzichtig. Een half jaar moest dat laatste zwaarder wegen. We bleven met elkaar verbonden door telefooncirkels, video-diensten en weekbrieven, maar we zochten elkaar niet op. We gaan nu een nieuwe fase in waarin we elkaar weer kunnen gaan zien en ontmoeten. Vanaf volgende week zondag 6 september zijn er weer diensten in de Majellakapel. Het bestuur is zich daarbij ten volle bewust van haar verantwoordelijkheid voor de veiligheid en gezondheid van ieder die naar de Majellakapel komt. In ons tijdschrift Verbinding, dat u de afgelopen week ontvangen heeft, kunt u lezen met welke regels we het veilig houden. Bij alle onzekerheid van deze tijd zoeken wij naar een nieuw vertrouwen en een realistische vorm van geloof. In positieve zin werd ik daarbij getroffen door het VPRO-programma Zomergasten dat afgelopen zondag werd ingevuld door Ilja Pfeijffer, de schrijver van de succesvolle roman Grand Hotel Europa. Hij zei aan het slot: ‘De goden hebben wij niet meer nodig, maar wij hebben het wel nodig ergens in te geloven.’ En toen hem dan gevraagd werd waar hij zelf in geloofde, zei hij: ‘Dat het mogelijk is om iets in deze wereld te verbeteren. Om een goed mens te zijn, ook al kun je maar kort of voor weinig mensen iets betekenen. Als je dat geloof verliest, is het minder de moeite waard om te leven.’ Mijn remonstrantse collega prof. Peter Nissen zei daarom: ‘Misschien is de VPRO wel het mooiste cadeau dat het vrijzinnig protestantisme aan Nederland heeft nagelaten.’
ds. Peter Korver


Komende diensten:
30 augustus: voorlopig de laatste online-dienst,
vanuit de Doopsgezinde Kerk,
met ds. Annegreet van der Wijk als voorganger,
www.dgbussum-naarden.doopsgezind.nl

6 september: de eerste dienst weer vanuit de Majellakapel:
Joke Werner gaat voor,
Marcus van der Heide is de organist.
Joke schrijft: de eerste keer weer samen na een lange, lange periode. Wat goed om elkaar weer te zien, al is het zeker nog niet normaal met die anderhalve meter tussen de stoelen en zingen doen we ook nog niet uit volle borst. Als we de achterliggende tijd bekijken was (en is) het net de doos van Pandora met allerlei ontsnapte rampen. De essentie van die mythe is echter dat de Hoop niet is ontsnapt.
Dat is nu waar we ons aan vast willen houden: de hoop is er nog. Dat willen we vanmorgen elkaar toe fluisteren, toe zingen, toe bidden. Met een citaat van Václav Havel
Hoop is niet voorspellen of vooruitzien.
Het is een gerichtheid van de geest,
een gerichtheid van het hart,
voorbij de horizon verankerd.

13 september: deze dienst vieren we samen met De Doopsgezinden, de Remonstranten en de Huiskamergemeente. Ds. Lenze Lijsen gaat voor en Nico Strubbe speelt orgel/piano.

20 september: ds. Peter Korver is voorganger, Marcus van der Heide muzikale begeleider

27 september: een bezinningsbijeenkomst met dr. Rob Nepveu als spreker.

4 oktober: samen met de Vrijzinnigen uit Gooi-Noord, in De Engel in Huizen.
Marten Kruimer gaat voor.


Christendom en mythe
In de loop der tijden dachten de lezers van de evangeliën steeds, dat die een biografie van Jezus bevatten. Maar geschiedenis beoefenen op de manier waarop moderne historici dat doen is pas in de 19e eeuw ontstaan. Het was Leopold von Ranke die in de 19e eeuw de vraag stelde “hoe het eigenlijk is geweest”.

De schrijvers van de evangeliën waren dus geen kritische onderzoekers van de woorden en daden van Jezus. (De evangeliën bevatten overigens geen namen van de schrijvers. Die namen zijn pas later toegevoegd.)
De auteurs van de evangeliën wilden niet een biografie van Jezus bieden, maar getuigen van het geloof in hem als zijnde de beloofde Messias. Het is daarom dat zij in hun verhalen steeds verwezen naar teksten uit het Oude Testament. Door hun beroep op die oud-testamentische teksten en door hun verhalen daarop te enten, wilden zij allereerst trachten hun (mede-)Joden van hun visie op Jezus te overtuigen.
De evangeliën waren dus belijdenisgeschriften ofwel propagandaliteratuur. Daarmee is echter niet gezegd, dat deze geschriften zonder betekenis voor ons zouden zijn. Bij voorbeeld de ethische houding van Jezus, zoals zij in die teksten beschreven is, is nog steeds van grote waarde.
Het is daarom nog steeds zo, dat ook déze oude boeken van een onschatbare betekenis zijn. Ze zijn klassiek, dat is voor alle tijden van waarde. Maar het zijn boeken, geschreven in een heel andere tijd, door mensen met een heel ander wereldbeeld. Daarom wilde R. Bultmann, een van de belangrijkste nieuw-testamentici uit de vorige eeuw, die oude geschriften ontdoen van hun “mythische” elementen. Maar juist godsdienst-historici wijzen die ontmythologisering af. Zij beklemtonen de betekenis van die mythische voorstellingen. Deze bezitten een eigen zeggingskracht. Je moet die mythische verhalen dan wel naar hun eigen aard proberen te verstaan.
Van Jezus wordt bij voorbeeld verteld dat hij geboren is uit de maagd Maria. Wij kunnen dat niet letterlijk geloven, maar we kunnen wel degelijk begrijpen wat er wordt bedoeld met die voorstelling. Jezus werd er door aangeduid als iemand in wie goddelijke geest werkte.
Van de aan het kruis gestorven en in een graf bijgezette Jezus wordt verteld dat hij de derde dag hierna uit de dood is opgestaan. In het boek der Handelingen van de Apostelen wordt ten slotte verteld, dat hij ten hemel is gevaren.
Het heeft geen zin te zoeken naar historische feiten die deze verhalen zouden weergeven als zijnde werkelijk zo gebeurd. Maar als men er onder verstaat dat de mens Jezus wel is gestorven, maar dat wat hij uitdroeg nog steeds actueel is, worden die voorstellingen zinvolle, beeldende uitdrukkingen, die ook ons nog kunnen aanspreken.
Net als bij Boeddha zijn bij Jezus juist die mythische verhalen zinvol. Maar men moet de taal van de wetenschappelijke geschiedschrijving weten te onderscheiden van die van de mythische vertelling.
Bij Boeddha en Jezus geven mythen juist zo duidelijk weer wat hun betekenis voor mensen is.
Kritisch-historisch onderzoek betreffende het leven van deze bijzondere mensen blijft overigens ook van betekenis.
dr. Rob Nepveu


Literatuurkring
Dinsdag 15 september, 10.15 – 12.00 uur, bespreken we met elkaar het boek Zwarte schuur , van Oek de Jong.

Op het eerste zicht is het leven van Maris Coppoolse een succes. Op zijn 59e behoort hij tot de wereldwijde top tien van de schilderkunst. In het Amsterdams Stedelijk Museum gaat een overzichtstentoonstelling van zijn werk van de laatste 35 jaar van start en zowel The Guardian als The New York Times zijn geïnteresseerd. Maar onderhuids broeit er wat. Zo zit er duidelijk sleet op zijn twee decennia oude relatie met Fran, die wat nukkig naast hem de trappen van het museum op loopt, en wie is toch die schichtige journalist die met heel wat mensen een praatje gaat maken? Een week later weet iedereen het, wanneer in de coverstory van een weekblad de bron van Maris’ artistieke kunnen wordt blootgelegd. Op zijn veertiende duwde hij een meisje van de hooizolder van een zwart geteerde schuur. Of was het een ongeluk, zoals hij altijd volhield? Oek de Jong, de auteur van het met de Gouden Uil bekroonde Pier en Oceaan, duikt in zijn nieuwste roman in de krochten van de geest van Maris. Hoe heeft de dood van Matty, zoals het meisje heette, hem gemaakt tot de man die hij is? Welke invloed heeft zijn levenslange schuldgevoel gehad op zijn privéleven, en vooral, in welke mate heeft.

het zijn relaties met vrouwen getekend? Want Matty viel omdat zij als vroegrijp meisje iets wou van Maris wat hij haar niet kon geven. Zijn verwarring maakte hem driftig en daarom gaf hij haar een duw.
“Wat houd je bezig?”
Van Nel van Gooswilligen kregen we het volgende gedicht van Freek de Jonge toegestuurd:
Wees niet bang
Wees niet bang, je mag opnieuw beginnen, vastberaden doelgericht of aarzelend op de tast. Houd je aan regels of volg je eigen zinnen, laat die hand maar los of pak er juist een vast.
Wees niet bang voor al te grote dromen, ga als je het zeker weet en als je aarzelt: wacht. Hoe ijdel zijn de dingen die je je hebt voorgenomen, het mooiste overkomt je, het minste is bedacht.
Wees niet bang voor wat ze van je vinden, wat weet je van een ander als je jezelf niet kent? Verlies je oorsprong niet door je te snel te binden. Het leven lijkt afwisselend maar zelfs de liefde went.
Wees niet bang, je bent een van de velen, tegelijk is er maar een als jij. Dat betekent dat je vaak zult moeten delen en soms zal moeten zeggen: laat me vrij.
*****************************************************
“Vul je tuin met vruchten en je zult altijd vogels horen zingen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *