Maandbrief, februari 2021

Lieve mensen,
Het zijn onzekere, lastige tijden, waar we in zitten. Met het versturen van deze maandbrief hebben we gewacht tot na de persconferentie van 2 februari. Helaas hebben we nu moeten besluiten om ook in februari nog niet fysiek bij elkaar te komen. Dat betekent diensten via live stream en uitstel voor de literatuurkring en de cursus ‘Zin in ouder worden’. Erg jammer, maar er komen ook weer andere tijden!

En toch is er ook zoveel moois in de wereld om ons heen. Er zijn enorme rellen, maar er zijn ook mensen die de helpende hand uitsteken. Er zijn mopperaars en mensen die schelden, maar ook iemand in Groningen die zomaar in de sneeuw schrijft “hou vol”. We kunnen elkaar niet fysiek ontmoeten, maar er is wel een telefooncirkel. Er is dus helemaal geen koffie-drinken na de dienst, maar misschien wel de mogelijkheid om elkaar via een Zoom-contact te “ontmoeten”. Dat laatste gaan we onderzoeken. U hoort daar meer over zodra we duidelijker voor ogen hebben hoe we dat gaan organiseren.

Wat de diensten betreft: op 17 januari was er een gezamenlijke dienst, waarbij als collectedoel de Stichting Viore is genoemd. Er is voor dat doel € 65,- overgemaakt en dat bedrag is verder overgemaakt naar Viore.

Die dienst was ook meteen de laatste, voorlopig, die van te voren werd opgenomen. We willen nu graag overstappen op diensten die rechtstreeks op zondagmorgen worden opgenomen en uitgezonden (live stream) met wel de mogelijkheid om de dienst ook later nog te kunnen bekijken. Het gaat nu om een andere procedure, met voorlopig nog wat kinderziekten. Jan Vos is bezig, met hulp van anderen, om dit proces goed onder de knie te krijgen, zodat het kwalitatief goede uitzendingen worden, niet alleen inhoudelijk, maar ook technisch. Als er onder u mensen zijn die ervaring hebben op dit gebied zijn zij van harte uitgenodigd om te helpen. Graag contact opnemen met Jan Vos, in dat geval.

De tekst van de overweging van Joke Werner (24 januari) wordt in deze maandbrief opgenomen.

Op 31 januari is Annemike van der Meiden bij ons voorgegaan. De tekst van haar overweging was goed te verstaan, u kunt dat nog volgen via ons YouTube kanaal, echter niet de afkondiging aan het begin. Daarin vertelde ik onder andere dat Reinoud Oort, de man van Yvonne, helaas op dinsdag 26 januari is overleden aan de gevolgen van corona. Reinoud  is vrijzinnig predikant geweest. Wij kenden hem, doordat hij af en toe met Yvonne meekwam. De laatste tijd kon hij niet meer bij Yvonne wonen, maar woonde hij in A’dam, waar Yvonne hem regelmatig bezocht.

De uitvaartplechtigheid was op maandag 1 februari, in besloten kring.

Wij wensen Yvonne veel sterkte toe bij het verwerken van dit verlies.

Hieronder vindt u de informatie voor de maand februari.

met vriendelijke groet,

                                                                           Marijke Katerberg-Muns


Komende diensten:

Voor diensten vanuit de Majellakapel geldt steeds dat ze te volgen zijn via Ons YouTube kanaal of op onze website www.majellakapel.nl          .

7 februari

Op deze zondag stond een minikerkendag gepland. Deze bijeenkomst gaat niet door.

U kunt overwegen om die ochtend de dienst vanuit de Remonstrantse kerk te volgen,  ds. Peter Korver gaat daar die ochtend voor. (zie Remonstrantse kerk Naarden-Bussum – Kerkdienstgemist.nl )

Een andere suggestie: de Doopsgezinden hebben voor die ochtend een filmpje gemaakt over het tongewelf in de Grote Kerk in Naarden. Als u dat zou willen bekijken kunt u de link opvragen bij Hajo Hajonides (hajo.hajonides@ziggo.nl ) De film is te zien vanaf 7 februari om 10.30 en zal een paar dagen blijven staan.

14 februari

Een gezamenlijke dienst, waar de Remonstrantse ds. M. Rosen Jacobson – van Dam voorgaat. Deze dienst zou uitgezonden worden vanuit de Doopsgezinde kerk, maar om praktische redenen gebeurt het vanuit de Remonstrantse kerk.  (zie Remonstrantse kerk Naarden-Bussum – Kerkdienstgemist.nl )

21 februari

Ds. Peter Korver gaat voor, Marcus van der Heide bespeelt het orgel.

28 februari

Opnieuw een gezamenlijke dienst, nu vanuit de Majellakapel, met ds. Tina Geels als voorganger en Nico Strubbe als organist.

Overige activiteiten:

Zowel de Cursus ‘Zin in ouder worden’ als de literatuurkring worden uitgesteld.


Een hoopvol overzicht
Op dit moment verkeren we nog volop in de coronacrisis. Er geldt nog steeds een strenge lockdown. Winkels en horeca zijn nog steeds gesloten evenals musea en theaters en dat blijft zeker nog enige weken zo. Het aantal besmettingen loopt weliswaar terug, maar het gevaar van de toename daarvan door toedoen van de Britse mutant is nog steeds aanwezig. Daarom blijft voorzichtigheid geboden.

Toch kijken mensen vooruit. Zij doen dat met een hoopvolle blik op een toekomst waarin het normale leven weer zal terugkeren. Er zijn er die al speculeren over hoe het zal worden na de coronacrisis. Economen speculeren over het snelle of langzame herstel van de economie. Maar niemand kan de toekomst voorspellen. In het verleden spraken beursanalisten wel hun verwachtingen uit over de koersontwikkelingen in het komende jaar. Maar noch die analisten, noch de economen blijken werkelijk de toekomst te kunnen voorspellen. Het is de Volkskrantcolumnist Peter de Waard die daarop heeft gewezen. Diezelfde auteur heeft overigens wel de vraag gesteld hoe men later over de crisis zal oordelen. Zal de coronacrisis een ramp of een rimpeling blijken te zijn geweest?

Wie vanuit de actualiteit redeneert mist het overzicht dat pas vanaf enige afstand mogelijk wordt. Een jongere zei in een tv-uitzending dat haar jeugd werd afgenomen. Nuchter bezien is dat natuurlijk erg overdreven. Maar het is de uiting van iemand die nu in de ellende zit en de dingen niet in perspectief kan zien.

De Waard noemt aantallen doden in bv. de wereldoorlogen of ten gevolge van de Spaanse griep.

Natuurlijk is elke dode ten gevolge van het coronavirus er één te veel. En alles bij elkaar zijn er heel veel mensen door dit virus geveld. Toch zal men in de toekomst, wanneer afstand in de tijd de mogelijkheid zal bieden voor een goed overzicht, wellicht de ramp enigszins weten te relativeren. Maar zover zijn we nu nog niet.

Als het allemaal, wellicht in de tweede helft van dit jaar, voorbij zal zijn, zal er wel, zoals vaker in zulke situaties, weer van een geweldige veerkracht bij de mensen sprake zijn.

Laten we uit deze gedachte kracht putten en nu nog even streng de voorgeschreven regels in acht nemen, opdat we zo snel mogelijk van het virus afkomen, of het minstens beheersbaar maken.

En laten we ons alvast verheugen over de komst van de lente en ons al weer indenken hoe het gewone leven er weer uit al zien.

Rob Nepveu


Zondag 24 januari 2021, overweging door Joke Werner

Tijd

In de veelheid van geluiden,
in het stormen van de tijd,
zoeken wij het zachte suizen,
van het woord, dat ons verblijdt.

Dit eerste couplet van lied 283 vertelt in enkele woorden hoe we de huidige tijd beleven. Het lijkt wel of we het steeds moeilijker gaan vinden. Verschillende malen hoor ik dat men het nu wel beu is en toen kwamen ook de avondklok en de rellen erbij. We zoeken het ‘zachte suizen’ en hopen op spoedige betere tijden.

Rutger Kopland dicht in zijn gedicht Tijd:

Tijd – het is vreemd, het is vreemd mooi ook
nooit te zullen weten wat het is

Ook Prediker (3)vertelt ons over de tijd. De geschriften die de hij predikt hebben als motto berusting temidden van de zinloosheid.

Alles heeft zijn tijd

Voor alles wat gebeurt is er een uur,

een tijd voor alles wat er is onder de hemel.

2Er is een tijd om te baren

en een tijd om te sterven,

een tijd om te planten

en een tijd om te rooien.

Er is een tijd om te doden

en een tijd om te helen,

een tijd om af te breken

en een tijd om op te bouwen.

Er is een tijd om te huilen

en een tijd om te lachen,

een tijd om te rouwen

en een tijd om te dansen.

5Er is een tijd om te ontvlammen

en een tijd om te verkillen,

een tijd om te omhelzen

en een tijd om af te weren.

6Er is een tijd om te zoeken

en een tijd om te verliezen,

een tijd om te bewaren

en een tijd om weg te gooien.

Er is een tijd om te scheuren

en een tijd om te herstellen,

een tijd om te zwijgen

en een tijd om te spreken.8

Er is een tijd om lief te hebben

en een tijd om te haten.

Er is een tijd voor oorlog

en er is een tijd voor vrede.

Huub Oosterhuis gaat verder in de voetsporen van Prediker, al gaat het hier niet over berusting en de keuze om het leven niet te ervaren als zinloos. Hij zegt in lied 845:

Tijd van vloek en tijd van zegen,

tijd van droogte, tijd van regen,

dag van oogsten, tijd van nood,

tijd van stenen, tijd van brood,

tijd van liefhebben, nacht van waken,

uur der waarheid, dag der dagen,

toekomst die gekomen is,

woord dat vol van stilte is.

 

Tijd van troosten, tijd van tranen,

tijd van mooi zijn, tijd van schamen,

tijd van jagen nu of nooit,

tijd van hopen dat nog ooit.

Tijd van zwijgen zin vergeten,

nergens blijven, niemand weten,

Tijd van kruipen, angst en spijt,

zee van tijd en eenzaamheid.

 

Wie aan dit bestaan verloren,

nieuw begin heeft afgezworen,

wie het houdt bij wat hij heeft,

sterven zal hij ongeleefd.

Tijd van leven om met velen

brood en ademtocht te delen,

wie niet geeft om zelfbehoud,

leven vindt zij honderdvoud

 

Prediker vertelde ons zojuist wat er allemaal kan gebeuren in de tijd. Net als het lied daarna. Wat ik echter miste bij Prediker bij de opsomming van zoveel herkenbaars is: een nieuw begin, en een soms noodgedwongen afscheid en toch weer opnieuw … een begin, een welkom. Want wat er in het lied van Huub Oosterhuis wel wordt aangestipt is dat nieuwe begin, waar je altijd voor moet openen. In dat zelfde lied herkennen we ook de hoop tegenover de eenzaamheid. Woorden die we bijna dagelijks horen. Maar wat tijd nu precies is? Dat heb ik  bij Prediker en bij Oosterhuis niet gehoord. Gaan we op zoek naar wat Tijd  precies is? Zou er een antwoord zijn?

Ik ben bang dat “dat precies” niet gaat lukken. Rutger Kopland zei al meteen in het begin van zijn gedicht:

Tijd – het is vreemd, het is vreemd mooi ook
nooit te zullen weten wat het is.

Ook Augustinus – hij leefde van 354 – 430 – is op zoek naar wat tijd is. Als simpele ziel kan ik zeggen: Tijd, tja, het wordt dag, het wordt nacht, er is een week, het wordt straks lente en zomer. En dan wordt het herfst en winter. Een jaar, een eeuw. Ik las iets over de ijstijd, zo’n  115.000 tot 12.000 jaar geleden, toen ook mensen leefden. Zouden zij zich ook druk gemaakt hebben over de tijd?  Ik denk dat ze zich vooral bezighielden met ‘wat eten we vandaag’.

Misschien moeten we ons meer bezighouden met dat ‘tijd’ vooral ‘nu’ is. Maar …. Hoe zit het dan met het verleden en met morgen en overmorgen Wat is toch die Tijd? Wat we nú beleven is niet iets van het verleden. Dat herinneren we ons later, en over de toekomst kunnen we fantaseren, dromen. Ik zong echter ooit een lied met de woorden: Gods tijd is altijd nu. Het gaat om het NU.

Augustinus komt tot de conclusie na heel lang nadenken: De tijden zijn door God gemaakt en er is nooit een tijd geweest dat er geen tijd was. Met andere woorden, zo zegt Augustinus: ‘God gaat vooraf aan de tijd en niet andersom en met het scheppen van de tijd is ook de wereld geschapen.

Helaas voor hem moet hij daarna zeggen: Als iemand mij vraagt wat is de tijd, dan weet ik het niet en kan ik het niet uitleggen, maar als niemand het vraagt, weet ik het wel. Wanhopig schreeuwt hij het uit: O Heer, ik weet nog steeds niet wat de tijd is, hoewel ik er onafgebroken over spreek.

Laten we verder gaan met Rutger Kopland. Hij hoeft het niet te weten en staat open voor het mysterie van de tijd en verbaast zich en heeft ontzag voor dat mysterie.

Tijd

Tijd – het is vreemd, het is vreemd mooi ook
nooit te zullen weten wat het is.

en toch, hoeveel van wat er in ons leeft is ouder
dan wij, hoeveel daarvan zal ons overleven

zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt
naar iets in zichzelf, iets ziet daar
wat het meekreeg

zoals Rembrandt kijkt op de laatste portretten
van zichzelf alsof hij ziet waar hij heengaat
een verte voorbij onze ogen

het is vreemd maar ook vreemd om te bedenken
dat ooit niemand meer zal weten
dat we hebben geleefd

te bedenken hoe we nu leven, hoe hier
maar ook hoe niets ons leven zou zijn zonder
de echo’s van de onbekende diepten in ons hoofd

niet de tijd gaat voorbij, maar jij, en ik
buiten onze gedachte is geen tijd

we stonden deze zomer op de rand van een dal
om ons heen alleen wind

Ik ervaar in dat gedicht naast dat ontzag voor het mysterie van de tijd ook ontzag voor wie wijzelf zijn, dat korte moment in de tijd.

Zou dat ook de reden zijn dat in de bijbel leeftijden onwezenlijk en niet te geloven lang zijn? Om het maar niet een te kort moment te laten zijn…?

Ik denk aan Noach. Hij kreeg op 480-jarige leeftijd de opdracht een ark te bouwen. Hij deed daar trouwens 120 jaar over. Maar niet alleen Noach had een respectabele leeftijd. Abraham was 100 jaar en Sara 90 toen zij een zoon baarde. Over Mozes wordt geschreven dat hij 120 jaar is geworden, waarvan hij veertig jaar door de woestijn heeft getrokken. Dat is een hele tijd. Dat getal veertig vertelt ons dat dat er sprake is geweest van loutering en verzoeking. In Noachs tijd waren daarvoor veertig dagen en veertig nachten regen nodig. En voor Mozes en de Israëlieten waren veertig jaar nodig voor een nieuw begin gemaakt kon worden. En ook Jezus kende een tijd van loutering en verzoeking. Hij verbleef 40 dagen in de woestijn.

Ik kan me voorstellen dat een mens die in een moeilijke periode van zijn leven zit het wel veertig jaar vindt duren.

Getallen! Het hart van een kind heeft op zijn eerste verjaardag al dertig miljoen maal geklopt. We vieren zijn eerste verjaardag met een taart en slechts 1 kaarsje. …. Dertig miljoen maal!

Maar met al die getallen krijgen we geen antwoord op wat nu eigenlijk tijd is.

Ik werkte in een verpleeghuis waar ik wekelijks gespreksgroepen had met ouderen. En elke week als ik mevrouw de Besten ging halen, keek ze oprecht verbaasd op als ik zei dat het tijd voor de gespreksgroep was en zei ze: ‘Nu al weer? Voor haar was de laatste gespreksgroep pas gisteren. Duidelijk is het dat voor de een de tijd vliegt en voor de ander schiet het maar niet op. De een kijkt uit naar morgen en de ander verblijft in de verleden tijd. Maar wie leeft in het NU?

Een belangrijke vraag in deze tijd is: Hoe houden we de tijd te vriend? Met al wat er gebeurt.

De schrijver Antoine de Saint-Exupéry heeft een bijzondere kijk  op hoe we de tijd te vriend kunnen houden. Hij zegt dat de tijd een bouwwerk is, een verblijf met verschillende kamers. De kamers zijn de jaarlijkse feesten en de grote momenten die je leven markeren. Die momenten markeren een afscheid, een welkom een nieuw begin. In dat verblijf ga je van kamer naar kamer. En de kamer waar we nu in verblijven is als het ware ook een moment om te markeren. Elke kamer is op die wijze een NU en we weten uit ervaring dat we na deze kamer onderweg zijn naar een andere kamer. Zo krijgt onze tijd, mijn tijd iets duurzaams met al wat daarbij hoort en ik herinner weer aan de woorden van Rutger Kopland:

Tijd – het is vreemd, het is vreemd mooi ook
nooit te zullen weten wat het is.

Uit een heel aardig boekje met filosofische vragen – het boekje heeft de titel ‘De jongen, de mol, de vos en het  paard’  citeer ik het paard dat tegen de mol en de jongen zegt:

‘Als zich donkere wolken samenpakken…blijf doorgaan’.

Als je de macht dreigt te verliezen over grote dingen… focus dan op wat

dichtbij is en ‘waar je van houdt. Deze storm zal weer voorbijgaan.’

Ook de mol geeft goede raad:

Ik heb geleerd hoe je in het nu kan leven.

Als de jongen hem vraagt:  hoe dan? Antwoordt de Mol:

‘Ik zoek een rustig plekje, sluit mijn ogen en adem.’

Het eenjarig kind vroeg zich ook niet af wat morgen gaat gebeuren of wat er gisteren was; het ademde, en zijn hart sloeg al 30 miljoen maal.

Dat is leven in het NU. Het gaat om het vriendschap sluiten met onze donkere tijd, het gaat om te bloeien zonder te vragen waarom, net als een roos die bloeit zonder waarom. Ons levensverhaal te accepteren en verzoend in de tijd te staan.

‘We hoeven niets te weten over morgen,

zei het Paard,

het enige dat we wij hoeven te weten is dat wij van elkaar houden.’

Jongen:

‘Wat doen we als ons hart zeer doet’

Paard:

‘Dan wikkelen we het in vriendschap, gedeelde tranen en tijd,

tot dat het weer vrolijk en vol hoop wakker wordt’.  

Zo moge het zijn

Zegen  

Moge wat op je weg komt
jou tot zegen zijn:
de vreugde van de ontmoeting,
de pijn van de ontbering,
de tijd van de verwachting,
het genot van de volheid,
de kaalte van het gemis.
Moge jouw leven anderen tot zegen zijn:
dat je ogen met mildheid kijken,
dat je handen open zijn en opbouwen,
dat je luistert tot in het zwijgen,
dat je woorden oprecht zijn
en dat je in hart en nieren bewogen bent
om de mens op je weg.

God zegene jouw weg,
moge jouw leven tot Gods eer zijn.


“Wat houd je bezig?”

Van Nel van Gooswilligen kregen we rond de jaarwisseling een gedicht, met aan het eind een mooie wending, dat we graag plaatsen:

DE TWEE KANTEN VAN het “corona-jaar”

 Het “corona-jaar” heeft me niks gebracht!

Mij hoor je nooit zeggen

Dat we samen meer kunnen dan alleen

Want als ik even verder kijk, ontdek ik

Spanning en onrust om me heen

Elke week voelde ik minder

Verbinding met mensen die me dierbaar zijn

Ik voelde

Dat ik vervreemd raakte van de buitenwereld

En zeg me vooral niet

“Er zit iets moois in iedere dag”

Want hoe je het ook wendt of keert

Ik heb dit jaar stilgestaan

Je zult mij nooit horen zeggen:

Het “corona-jaar” bracht me veel lichtpuntjes!

 

Lees het gedicht nu van onder naar boven!

En ten slotte:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *