Weekbrief 24 april 2020

Lieve mensen,

Wat gaat de tijd toch snel en wat wennen we toch gauw aan een nieuwe situatie. Dit is al weer de zesde weekbrief, die u krijgt, sinds we door corona elkaar niet meer fysiek kunnen ontmoeten. En toch, wennen….nee, wennen doet het nog niet echt. Iemand bellen, die alleen is, en er dan niet even op bezoek kunnen gaan. Boodschappen doen en schichtig kijken of het looppad tussen de schappen wel breed genoeg is. Een afspraak willen maken, maar eraan toevoegen: even wachten maar, tot het weer kan.

Laten we dan toch maar gewoon blij zijn met wat er wèl is: De zon, die schijnt, waardoor het er vriendelijk uitziet, als we naar buiten kijken. De bloeiende bomen en struiken. De telefoontjes, waarmee we elkaar op kunnen beuren. De online kerkdiensten, of soms het kunnen meelezen met de tekst.

Voor a.s. zondag, 26 april, stond een dienst gepland samen met de afdelingen uit Huizen en Laren-Blaricum-Weesp en dat is zo gebleven, behalve natuurlijk dat ook deze dienst weer opgenomen is, in onze eigen Majellakapel. U kunt die dienst zondag beluisteren en bekijken via www.majellakapel.nl.

Ds. Peter Korver is de voorganger en aan het eind van deze weekbrief vindt u de tekst om mee te kunnen lezen.

Als u dat wilt kunt u deze zondag ook meekijken en –luisteren naar een dienst vanuit de Doopsgezinde Kerk, waar ds. Annegreet v.d. Wijk voorgaat: www.dgbussum-naarden.doopsgezind.nl

Voor zondag 3 mei stond gepland dat we met eigen leden invulling zouden geven aan de dienst. Dat gaat nu niet door. In plaats daarvan wordt u weer verwezen naar de Kapel in Hilversum, www.dekapel.nu, waar opnieuw ds. Peter Korver voorgaat. Uiteraard met aandacht voor het feit dat we dit jaar “75 jaar bevrijding” vieren.

Ik wens u een goede tijd toe, tot we elkaar weer kunnen ontmoeten!
Marijke Katerberg-Muns

Associaties op een zondagmorgen
Afgelopen zondag keek ik naar het programma ‘De Verwondering’. De gast was deze keer een dominee (waarvan ik de naam niet meer weet) die vertelde hoe hij getroost werd bij ingrijpende gebeurtenissen door ‘Ein deutsches Requiem’ van Brahms. En dan vooral door de samenhang van muziek en tekst van psalm 84: ‘Wie lieblich sind deine Wohnungen, Herr Zebaoth!’ De Nederlandse vertaling (gedeelte) is:

Hoe dierbaar is mij uw huis,
Heer van de machten,
Ik word verteerd door heimwee
naar de voorhof en de tempel van de heer.
Met heel mijn wezen schreeuw ik het uit
van heimwee naar de levende God.

Deze dominee bedoelde hierbij vooral de kerkgebouwen en de liturgie, het geheel van gebed, muziek en het woord, als ‘woning van God’.

Ik hoorde het met verbazing aan. Niet omdat ik hem niet begreep, maar omdat míjn eerste gedachte bij ‘Wie lieblich sind deine Wohnungen’ uitging naar al die mensen die vandaag zelf die ‘woning’ zijn voor God. Over hoeveel prachtige ‘woningen’ horen we vandaag niet, via de ‘frontberichten’ op tv en op de radio. We horen over wat mensen voor elkaar doen of liever gezegd zijn. Bovenal zijn wij zelf ook niet zo’n ‘woning’ waarin God huist?

Mijn volgende associatie ging naar een tekst die Etty Hillesum ons heeft gegeven in wat ze de titel ‘zondagochtendgebed’ heeft gegeven. Zij bidt:
Het zijn bange tijden, mijn God. Vannacht was het voor het eerst, dat ik met brandende ogen slapeloos in het donker lag en er vele beelden van menselijk lijden langs me trokken. Ik zal je een ding beloven, God, een kleinigheidje maar: ik zal mijn zorgen om de toekomst niet als evenzovele zware gewichten aan de dag van heden – hangen, maar dat kost een zekere oefening. Iedere dag heeft nu aan zichzelf genoeg. Ik zal je helpen God, dat je het niet in mij begeeft, maar ik kan van te voren nergens voor in staan. Maar dit éne wordt me steeds duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en door dat laatste helpen wij onszelf. En dit is het enige, wat we in deze tijd kunnen redden en ook het enige, waar het op aankomt: een stukje van jou in onszelf, God. En misschien kunnen we ook er aan meewerken jou op te graven in de geteisterde harten van anderen.

‘Op te graven in geteisterde harten’. dat brengt me bij een volgende associatie. Ik voel weer de ontroering die me trof toen ik de telefooncirkels had rondgebracht en ik via de Kom van Biegel naar huis terugreed. Plotseling hoorde ik muziek en rondkijkend zie ik voor het appartementengebouw mensen in zomerstoelen zitten, ik zie ook mensen op de stoep, mensen met hun fiets aan de hand op straat en wij luisteren allemaal naar die muziek. Twee of drie zangers staan op het gras voor een standaard en zingen. Ik sta te veraf om te horen wat ze precies zingen, maar wij allen, onbekenden voor elkaar en op ruime afstand verstaan elkaar! Der tranen staan in mijn ogen. God werd daar opgegraven in geteisterde harten.

De volgende associatie meldt zich: ik loop door de supermarkt en we houden ruim baan. We doen het wel, maar het voelt alsof we al besmet zijn. Ik weet het: het moet, maar voelt onprettig.

Gelukkig meldt zich al de volgende associatie. We wandelen langs de Karnemelksloot, waar we niet de enigen waren. We geven ruimte, ook hier, al voelt het anders. Dan zie ik twee vrouwen aan een picknicktafel zitten, allebei aan een uiteinde. Raar gezicht, maar toch mooi.

De volgende associatie meldt zich: Mijn zwager – hij helpt bij de voedselbank – vertelt hoe het er nu toe gaat. Mensen mogen niet meer komen om hun voedselpakket af te halen. Ze krijgen het nu bezorgd! Een cadeaubon te besteden bij een supermarkt en drie maaltijden die geschonken worden door iemand die ook zo’n ‘woning’ biedt. (Wekelijks laat hij 500 maaltijden bereiden en schenkt die aan diverse voedselbanken).
En mijn associatie is weer terug bij het begin: ‘Wie lieblich sind deine Wohnungen’.
Joke Werner

NB
Er kwam nog een lieflijk Elfje binnen. Dank aan Nelie Hofman. Ik hou me aanbevolen voor nog meer elfjes. Wie?

Geluid
’s morgens vroeg
helder en klaar.
Wie fluit zo mooi!
Merel

Waardoor en waarom?
Als er vervelende dingen gebeuren zijn wij geneigd de vraag te stellen: waardoor is deze onaangename situatie ontstaan?

Als het om echt leed gaat en wij ons daardoor bijzonder getroffen voelen, komt eerder de vraag op: waarom overkomt dit mij? , of bij gezamenlijk leed, ons?

In vroegere tijden kende men nog geen natuurwetten. Leed werd opgevat als veroorzaakt door bovennatuurlijke instanties, in de wereld van de monotheïstische religies, het Jodendom, het Christendom en de Islam, door God.

In onze, moderne, wereld weten we dat de huidige pandemie is veroorzaakt door het eten van door het coronavirus besmet voedsel. Vervolgens bleek dit virus besmettelijk en zo steeds meer mensen ziek te maken. En door de globalisering wordt er veel gereisd en zo zette zich de besmetting wereldwijd door.

De oorzaak van de onaangename situatie, waarin wij thans verkeren, is dus duidelijk. Hier is sprake van natuurlijke factoren en helemaal niet van bovennatuurlijke.
De vraag ‘waardoor?’ is dus goed te beantwoorden.

De vraag ‘waarom?’ daarentegen, is van een heel andere aard. Wij kunnen onaangename dingen beter verwerken als we er een zin in kunnen vinden.
In de tijd dat men de eerste vraag (waardoor?) niet op een natuurlijke manier kon beantwoorden, nam men zijn toevlucht tot het bovennatuurlijke. Dat gebeurt nog bij streng-orthodoxe gelovigen. Zij zien het leed als een straf voor de zonde. Wij kunnen die visie niet meer aanvaarden. Op de vraag waarom ons dit overkomt, is geen antwoord meer te geven in de zin van een straf of een andere vorm van zingeving.

Voor de gelovige die denkt aan een goddelijk ingrijpen gaat de vraag ‘waarom?’ regelrecht over naar de vraag ‘waardoor?’ Antwoord: Vanwege onze zonden straft God.
Voor ons geldt het omgekeerde. De vraag ‘waardoor?’ staat voorop. Maar door het antwoord op de eerste vraag “natuurlijke oorzaak”, wordt de tweede vraag ‘waarom?’ tegelijk zinloos.
We kunnen de situatie alleen maar aanvaarden en proberen er zo goed mogelijk doorheen te komen.

Wij kunnen geen zin onderkennen in deze pandemie. Maar wij kunnen wel zinvol handelen door anderen bij te staan èn door ons nauwgezet te houden aan de adviezen van de overheid. Immers daardoor kunnen we eerder terugkeren naar een normaal leven, al zal dat nog wel een tijdje duren en heel geleidelijk gaan.
dr. Rob Nepveu

Gooi-Noord – De nieuwe stilte – 26 april 2020; voorganger ds. Peter Korver.

Welkom
Welkom bij deze online viering vanuit de Majellakapel in Bussum. Vandaag een viering waarin Vrijzinnigen Naarden-Bussum, De Engel in Huizen en de NPB afd. Laren-Blaricum-Weesp samenwerken. Graag hadden we met veel mensen hier willen samen komen, om samen te luisteren naar een inspirerende overweging, te zingen, stil te zijn en te bidden en om samen ook koffie drinken en elkaar te ontmoeten. Nu dat niet mogelijk is hopen we met deze internetviering u toch te verbinden met elkaar en met dat wat wij met elkaar delen.

Aansteken van de kaars : Joke Werner steekt nu namens De Engel in Huizen de kaars aan.

Bemoediging en groet
Wij komen hier samen rond het licht van het begin,
licht dat schijnt in de duisternis,
licht dat leven wakker roept,
dat hoop en vreugde geeft,
dat met ons meegaat op onze weg.
Licht en vrede zij met ons
en met de wereld waarin wij leven.

Lied 848, Al wat een mens te kennen zoekt : 1, 2, 3

Tekst:
Dit is de zevende zondag dat er geen samenkomsten kunnen worden gehouden in onze kerken, zoals de vele andere die elders geen doorgang vinden: de lezingen, de sportwedstrijden, de concerten, de museumbezoeken, de vergaderingen, ze zijn allemaal gecancelled, gaan niet door. Op internet is een Engelstalig gedicht te vinden dat over die situatie gaat: Not everything is cancelled. In vertaling:

Maar niet alles is komen te vervallen…

De zon mag elke dag weer opkomen.
De lente is niet geannuleerd.
Relaties tussen mensen blijven bestaan.
De liefde kan niet worden verboden.
Toewijding blijft bestaan.
Muziek mag blijven klinken.
Het lezen van goede boeken mag doorgaan.
Verbeeldingskracht bloeit nog altijd.
Vriendelijkheid en compassie zijn onuitroeibaar.
Goede gesprekken gaan gewoon door.
De hoop blijft levend.
Die kan niet komen te vervallen.
De hoop wordt niet gecancelled.

Lied 103e : Bless the Lord (Taizé)

Lezing : 1 Koningen 19 : 3-12 door Henk Blokland van de NPB afd. Laren-Blaricum-Weesp.
met dien verstande dat in plaats van ‘het gefluister van een zachte bries’ nu gelezen wordt: het gefluister van zuivere stilte.

Lied 103e : Bless the Lord

Overweging
Elia werd bang en vluchtte om zijn leven te redden. Elk bijbelverhaal dat je hoort of leest, hoor of lees je in de context van jouw leven. Het verhaal van die profeet Elia speelt zich niet nu af, maar 29 eeuwen geleden en gaat over heel iets anders, maar als wij horen dat iemand bang geworden is en zijn leven probeert te redden, gaan onze gedachten dan niet uit naar onszelf en onze samenleving en de crisis waarin we ons bevinden? Sommigen zijn we buitengewoon angstig, paniekerig of bezorgd. Of geïsoleerd, alleen. Anderen koesteren zich in de zon of anderen wandelen in de natuur en dan lijkt de wereld van corona ver weg. En hebben het besef dat de zon elke dag gewoon weer opkomt en dat de lente niet is geannuleerd.

Eén virus en toch staan we er vaak heel verschillend in. Dat heeft te maken met onze persoonlijke omstandigheden, of we gezond of kwetsbaar, zijn jong of oud, welvarend of behoeftig, met anderen of alleen. Het heeft ook te maken met onze persoonlijkheid of ons geloof. Optimist of pessimist, vertrouwend of wanhopig, sociaal of op onszelf gericht, gelovig of sceptisch.

In het verhaal van Elia komt dat herkenbaar terug. Ja, hij is kwetsbaar, hij wordt naar het leven gestaan door de akelige koningin Jezebel die hem wil laten vermoorden. Ja, kwetsbaar, hij heeft geen voedsel, niets. Ja, kwetsbaar, hij is alleen, wie steunt hem in zijn angst en verlatenheid? Hij valt ten prooi aan een diepe depressie. Hij trekt de woestijn in, de grote verlatenheid in. Als een kat die gaat sterven trekt hij zich terug onder een eenzame struik en zegt: ‘Het is genoeg geweest, laat mij maar sterven’. En als ik dit lees, hoor ik dat oudere lid van onze gemeenschap die aan de telefoon tegen me zei: Als het dan zo moet gaan, dat ik hier geïsoleerd zit zonder met anderen te mogen eten, zonder zelfs mijn kinderen bij me te mogen laten komen, dan hoeft het niet meer, dan is het genoeg geweest, laat mij dan maar sterven.

Voor een bijbelverhaal eindigt het nooit bij zo’n bittere vaststelling. Ook nu niet. Waar Elia wegzakt in een onrustige slaap, komt er een engel die hem aanraakt en zegt: word wakker en eet wat. Mensen zijn niet altijd in staat een ander op een goede manier te raken of aan te raken. En vandaag de dag mógen we elkaar niet eens aanraken. Maar een engel mag dat wel, van godswege. Die wekt je ongevraagd op uit een doodslaap. Die brengt je terug naar het leven en naar wat nodig is om te blijven leven, ‘eet wat’. Maar Elia zakt opnieuw weg in zijn depressieve gevoelens en kruipt opnieuw weg onder de struik. De engel is een hulpverlener die vasthoudend en trouw is. Niet alleen wekt hij Elia opnieuw, maar zegt erbij: Sta op en eet wat, anders is de reis te zwaar voor je. En God voorziet erin. Elke ochtend en elke avond stuurt hij zwarte raven om hem te voeden. Ze brengen in hun snavel brood en vlees. Zonder engelen, godsgezanten, kunnen we niet. We hebben ze nodig om het ons vol te laten houden op onze reis, om ons te voeden. Welke engelen hebben u er in uw leven doorheen gesleept? Maar ook: voor wie bent u een engel?

En Elia gaat weer op weg. Niet dat hij het meteen zo ziet zitten. Ook als hij in de buurt van Gods heilige berg komt, trekt hij zich bangelijk terug. Nu niet onder een struik, maar in een grot om er de nacht van zijn leven door te brengen. Echt een plek om je te verstoppen. En eigenlijk net als Jakob destijds, bij de rivier de Jabbok, gaat hij die nacht het gevecht aan met God. Ook Elia gaat de confrontatie aan met zijn god. ‘En daar kwam de Eeuwige voorbij’. Een krachtige windvlaag die bergen splijt. Een aardbeving. Verterend vuur. Maar God laat zich niet kennen in het gewelddadige, niet in het spectaculaire is Hij te vinden.
God komt midden in de stormen van ons leven naar voren als – en nu citeer ik diverse vertalingen van het vers –

het gefluister van een zachte bries,
als het suizen van een zachte stilte,
als de stem van de stilte,
op zijn Engels als
de sounds of silence,
als een gentle breeze,
als een zacht gefluister,
als een stille stem.

Laten wij in al onze onzekerheid, met al onze angsten van een crisistijd, opmerkzaam worden voor de engel die in de stilte tot ons komt. Die er voor ons is. Laten we na alle drukke berichtgeving elke dag ook weer de stilte zoeken, stilte in onszelf, de stilte van het vogeluur, de stilte die ons opmerkzaam maakt op wat wij voor elkaar kunnen betekenen, die ons opmerkzaam maakt voor Gods aanwezigheid.
Amen.

Lied 830 : 1,2,3 Leven is wachten

Gebed
Wij zoeken u o God in ons leven.
Wij zoeken U, nu wij zijn gestuit op de grenzen van ons menselijk kunnen.
Niet alles hebben wij in eigen hand.
Een virus waart rond en wij hebben geen antwoord.
Wij bidden
sterk ons vertrouwen,
sterk het geloof in wat compassie vermag.
Dat wij er mogen zijn voor:
mensen die ziek geworden zijn
mensen die de zieken behandelen en verzorgen
mensen die bang zijn voor wat gebeuren kan
zij die zorgen hebben om hun geliefden
mensen die hun werk of inkomen verliezen
mensen die nu thuis opgesloten zijn
mensen voor wie het allemaal te veel wordt.

Laat ons er zijn voor elkaar.
Dat wij steun mogen vinden bij U,
kracht ten leven
bron van liefde.
Leer ons leven in het spoor van
Jezus van Nazareth,
een spoor van mededogen en betrokkenheid.
Schenk ons uw goede Geest om te vertrouwen op een nieuwe morgen.
Amen.

Zegen:
Laten wij hier vandaan gaan
met in ons hart een droom
van een wereld zonder haat
zonder afgunst en zonder geweld
zonder hebzucht.
Laten wij gaan
op de weg van die droom
dat het Koninkrijk nabij is
in de wereld van vandaag.
Een droom
die in ons werd geplant
maar die wij zelf moeten koesteren
en doorgeven.
Droom die droom
lééf die droom
en God zal met je zijn.

Lied 657, Zo lang wij adem halen 1, 4

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *