Weekbrief 26 juni 2020

Lieve mensen,

Dit wordt de 15e weekbrief en het is fijn, dat we al die tijd op deze manier het contact levend konden houden. We gaan er ook zeker mee door, maar met een klein verschil: vanaf 3 juli gaat de brief niet meer elke week, maar eens in de 14 dagen verschijnen. Met uiteraard altijd de mogelijkheid om u tussendoor iets te berichten dat van belang is en niet meer in de vorige brief kon.

En met ook steeds de mogelijkheid voor u om iets “te berde te brengen”, bv. in de nieuwe rubriek “Wat houd je bezig?”

Af en toe hoor ik de vraag: wanneer komt er weer een “normale” dienst in de Majellakapel? Helaas zal dat toch niet vóór september zijn, o.a. omdat we juist in de zomermaanden gezamenlijke diensten hebben waar behalve wijzelf, de Doopsgezinden en de Huiskamergemeente ook de Remonstranten en de Lutheranen aan mee doen. Maar waar ik me nu alvast op verheug is, dat we op 6 september weer een dienst in de Majellakapel zullen hebben, met Joke Werner als voorganger. Uiteraard met in achtneming van alle regels, zoals stoelen op 1,5 meter van elkaar, niet zingen, geen handen schudden…Maar wel weer elkaar kunnen zien en spreken!

In de vorige weekbrief is verteld over de literatuurkring, die op dinsdagmorgen 21 juli weer bij elkaar komt. We gaan dan bespreken ’t Hooge nest van Roxane van Iperen. U kunt daar bij zijn, als u wilt, maar wel graag aanmelden van tevoren, zodat we voldoende stoelen op gepaste afstand kunnen neerzetten.

De dienst van a.s. zondag komt uit de Doopsgezinde kerk, met ds. Annegreet van der Wijk als voorganger.

Annegreet schrijft een brief aan Jeremia,  achterin deze weekbrief vindt u haat tekst, maar vooral kunt u a.s. zondag kijken en luisteren via www.dgbussum-naarden.doopsgezind.nl

                                                                                                              Marijke Katerberg-Muns


De mantelzorger in het nauw

Voor sommigen van u was het al bekend dat ik bezig was een boek te schrijven over mantelzorgers.

En dan nu na vele jaren gesprekken voeren met mantelzorgers, het daadwerkelijk schrijven en de contacten met de uitgever, is het dan eindelijk zover: afgelopen week kreeg ik mijn boek daad-werkelijk in handen. Ik ben blij om verschillende redenen. Natuurlijk omdat het nu echt is: papier met letters, een mooi omslag en vooral een inhoud die me zeer aan het hart gaat.

Over dat laatste wil ik u wat vertellen. Het begon in het Zonnehuis, een verpleeghuis in Amstelveen, waar ik werkte. Ik bezocht bewoners om te luisteren en hen nabij te zijn. Op een dag vroeg een verpleegkundige mij om eens naar mevrouw Van der Laan te gaan. Ze was zo verdrietig. Echter zij was geen bewoner, maar de echtgenote van een bewoner. Tot dan had ik nauwelijks contact gehad met partners of kinderen van onze bewoners. Door mevrouw Van der Laan werd het mij duidelijk dat niet alleen bewoners aandacht nodig hadden, maar ook de mantelzorgers. Door de gesprekken met haar tijdens de lunch in het verpleeghuis en bij haar thuis kwam ik op het idee een boek te schrijven over mantelzorgers. Zij die vaak in stilte voor een zware taak staan en al hun energie geven om hun geliefde zo lang mogelijk te kunnen verzorgen. In de gesprekken met haar en daarna met verschillende andere mantelzorgers was vooral de wens te horen de verzorging zelf tot het einde toe te doen.  Groot is dan ook de teleurstelling en het diepe verdriet als blijkt dat die inzet niet toereikend bleek te zijn. In de gesprekken die ik had gaat het dan ook vaak over het moeten accepteren dat je het als partner en/of kind niet alleen kan en dat er na een lange periode van steeds meer vragende zorg je je man / vrouw of vader / moeder naar een verpleeghuis moet brengen. Maar zoals het in dit laatste zinnetje in een aantal woorden eenvoudig omschreven staat gaat vaak een lang proces van twijfel en angst vooraf.

In de verhalen die mij werden verteld hoor ik vooral spijt dat het niet is gelukt om je naaste thuis te blijven verzorgen. Ook hoorde ik  onmacht, verdriet en rouw wat al begon terwijl je geliefde er nog is. Met name bij mensen die dementerend zijn is het proces van moeten aanpassen, loslaten  heel pijnlijk. Hij / zij is niet meer degene zoals je hem / haar had gekend. Je bemerkt dat de vertrouwde relatie aan het veranderen is. Het is vaak niet meer gelijkwaardig. Bovenal hoor ik ook nog iets heel anders. Naast al die gevoelens hoorde ik ook – soms wat terughoudend – opluchting, omdat je het niet meer alleen hoeft te doen.

Een van de mensen vertelde me over zijn wanhoop die hij heeft gevoeld over dat veranderen van de relatie en alle uitingen daarvan. Hij vroeg zich meerdere keren af: “Waarom heeft niemand mij dit eerder verteld”.  Later begreep ik dat als het hem wel was verteld – voor zover dat mogelijk is – hij het waarschijnlijk niet had kunnen geloven.

Het bijzondere van al die verhalen is dat de rode lijn weliswaar voor allen hetzelfde is, namelijk het niet kunnen volhouden van de zorg, maar dat elk een eigen verhaal had te vertellen.

Belangrijk voor de mantelzorgers waarmee ik heb gesproken is dat zij wilden meewerken aan dit boek,  om anderen die in een soortgelijke situatie terecht zouden komen, met hun ervaringen tot troost en steun te kunnen zijn. Met andere woorden: Je bent niet alleen!

Joke Werner


Wat behoor ik te doen?

 In deze tijd is de belangstelling voor filosofie sterk toegenomen, terwijl die voor theologie sterk is gedaald. Is het nu zo, dat de wijsbegeerte de antwoorden weet te geven op al onze levensvragen? Dat is geenszins het geval, maar zij weet wel verheldering te bieden met betrekking tot vele vragen.

Zo heeft de wijsgeer Kant (1724 – 1804) met name zijn aandacht gericht op drie belangrijke vragen. Dat zijn de volgende: – wat kan ik weten? – wat behoor ik te doen? – wat mag ik hopen? Hieraan wijdde hij een reeks geschriften die, hoewel moeilijk, nog steeds worden bestudeerd.

Kant heeft een enorme invloed uitgeoefend, met name door zijn nieuwe inzicht met betrekking tot ons denken. Hij zag in dat ons denken het niet kan stellen zonder verschijnselen die zich aan ons voordoen. Maar vervolgens ontstaat er tussen ons denken en die verschijnselen een zekere betrekking. Ons denken en de verschijnselen die zich daarin voordoen gaan een wederzijdse relatie met elkaar aan. Wij kunnen over die verschijnselen alleen maar spreken binnen het kader van ons aan beperkingen onderhevig denkvermogen. We kunnen dus niets zeggen over het “ding op zich” genomen.

Kant schreef over dat denkvermogen, of beter het redelijke denken als zodanig, een grote studie. Maar wat hem vooral bezig hield was de tweede vraag: wat behoor ik te doen? Hij zocht een antwoord dat voor iedereen zou moeten gelden. Daarmee wilde hij een zekerheid bieden die men niet vindt in een subjectieve benadering. Die houdt in dat men uitgaat van wat men zelf vindt, meest afgaande op het persoonlijke gevoel. Kant was ervan doordrongen dat er maar één oplossing is om te ontkomen aan persoonlijke willekeur bij het vaststellen van wat je behoort te doen. Voor Kant is plicht van de grootste betekenis. In zijn Kritiek van de praktische rede vindt men een lofrede op de plicht. Plicht is namelijk niet iets subjectiefs, maar geldt voor iedereen. Zo vindt Kant een regel waarin hij objectief weergeeft hoe men moreel dient te handelen. “Handel zo, dat wat je wil bepaalt, altijd tegelijk als principe van een algemene wetgeving zou kunnen gelden.” Daarmee is een formele regel gegeven, maar geen inhoud. Die moet men steeds bepalen in een concrete situatie. Uiteraard is die steeds weer anders. Men zou dan kunnen stellen dat de algemene regel van Kant onmogelijk is. Naar de letter is dat natuurlijk waar. Maar naar de geest hoeft dat niet zo te zijn. Je kunt je namelijk afvragen: wat zou men in het algemeen behoren te doen in dit geval? Dan kom je dicht bij het begrip plicht.

Uiteraard blijft er een zekere spanning tussen de formele regel en de subjectieve keuze, ook al tracht men die zo objectief mogelijk, dat wil zeggen redelijk overdacht, te maken. Maar dat laatste heeft als ideaal toch een grote waarde, al kent dat formele ook een beperking. Albert Schweitzer stelde dan ook terecht dat hier een inhoudelijke drijfveer mist. Voor hem is die te vinden in het gebod: heb eerbied voor het leven. Dit is een belangrijke stelregel en is zeker in deze tijd uiterst actueel. We ondervinden steeds meer de invloed van de veranderingen van het klimaat. Daardoor wordt veel menselijk en dierlijk leven bedreigd. Ook al is die klimaatverandering niet geheel het gevolg van menselijk handelen, maar zijn er ook natuurlijke oorzaken te noemen, de mens zal toch moeten zorgen al wat mogelijk is te doen om de schade te beperken.

Dat is menselijke plicht en een reëel gebod.

Rob Nepveu


 “Wat houd je bezig?”

Deze week een stukje dat Marijke Katerberg heeft uitgezocht.

We kijken uit naar meer stukjes, door een van jullie ingestuurd!

Die ene zeester

Het tij had duizenden zeesterren op het strand gespoeld. Ze zouden onherroepelijk omkomen eer de vloed hen weer bereikte. Een jongetje pikte zeesterren op en gooide ze terug in het water.
“Waarom doe je dat?” vroeg een oude man. “Het strand is kilometers lang. De meeste komen toch om. Wat voor verschil maakt het er een paar te redden?” Het jongetje keek naar de spartelende zeester in zijn handen en zei: “Nee, voor de meeste maakt het niets uit, maar voor deze zeester wel degelijk.” En hij gooide hem terug in zee.


Overweging 28 juni, een brief van Jeremia en een brief aan Jeremia; voorganger: ds Annegreet van der Wijk

Vandaag staat de brief van Jeremia op het leesrooster. Jeremia staat bekend als een profeet die geen zoete broodjes bakt. Het volk van Israël heeft gezondigd, is tegen de Heer ingegaan en daarom worden ze afgestraft. Het rijk dat onder koning David verenigd was is al uit elkaar gevallen in een noordrijk en een zuidrijk. Nu is het noorden ook nog geannexeerd door de Assyriërs en zijn de intellectuelen weggevoerd naar Babel.

Jeremia schrijft profetische woorden aan de Ballingen in een brief, een gedeelte hiervan lees ik voor u. (Jeremia 29 1, 4-14)

Overweging

Ik dacht wat moet ik nu met deze oude Bijbelse woorden? Een God die wil dat zijn volk boete doet! Wat moet ik daar nu mee? Een paar dagen liet ik de tekst zo door mijn hoofd zweven. Was ik met de tekst onderweg en was de tekst met mij onderweg. Dat maakt die oude verhalen zo mooi, het roept op tot verbeelding. Woorden van toen blijven raken aan het leven van nu.

En ik dacht hoe zouden de mensen daar geantwoord hebben op de brief? Uiteindelijk hebben de mensen ook geantwoord, ze schreven een priester met de vraag: ‘u zou orde handhaven in de tempel, dus doe wat aan die gek, aan die Jeremia!’ . Maar toch gingen mijn gedachten verder hoe zou ik geantwoord hebben? En ik heb de vrijheid genomen Jeremia terug te schrijven. Dus hierbij mijn brief aan Jeremia….

Beste Jeremia,

Of moet ik schrijven beste God?

Altijd weer vraag ik me af hoe zit dat nu precies, met dat wat jij schrijft en God zegt. Zit je klaar om te noteren wat God je influistert, gaat dat gepaard met een grote wolk, zoals bij Mozes? En sluipt er niet in de woorden stiekem ook iets in van jezelf? Hoe weet je dat het Jahwe is die tot je spreekt, dat het de God van onze voorouders is?

En God, als u het bent die Jeremia de woorden geeft, waarom heeft u ons dan niet wat beter toegesproken zoals u hem ook de woorden geeft om ons terecht te wijzen, of hebben we niet goed geluisterd? Aan de andere kant ik hoef ook geen marionet van uw plan te worden. Het zal voor Jeremia ook niet altijd makkelijk zijn spreekbuis te zijn, echt vrienden zal hij niet hebben.

God ik begrijp dat er iets moet zijn van ruimte, van vrijheid. Ik wil u danken voor onze verantwoordelijkheid daarin. Tegelijk is het soms zo moeilijk, te kiezen voor uw weg te midden van alle verleidingen. En dan uw harde woorden van afstraffing, dat we deze ballingschap over onszelf hebben afgeroepen, dat kan ik moeilijk geloven!

Toch probeer ik er iets van te begrijpen, verstaat mijn hart de strijd, de zin van ballingschap. Verdreven worden uit ons bestaan is van alle tijden. Hoe het ook veroorzaakt wordt. Hoe lang we ergens zijn. Momenten van heimwee van ontheemd zijn kan ons allemaal treffen. We zijn geen bomen. We zijn mensen bedoeld om verder te trekken, te vertrouwen op Uw belofte. In die zin blijf ik altijd als pelgrim op weg naar Jeruzalem. Richt ik mijn blik: vandaar komt mijn hulp!

Hoe het ook zij Jeremia, God, ik wil toch danken voor de woorden. Ondanks dat anderen hun beklag gedaan hebben, geven de woorden ook moed. Het helpt mij onze situatie hier en nu aan te gaan. Mijn tijd niet te verdoen met terug dromen of wachten op een trein die niet komt. Jeremia, God, je drukt mijn neus op de feiten. Juist die confrontatie helpt me, dwingt me mijn leven hier en nu ten volle te omarmen. Er iets van te maken, om heel mijn bestaan te omarmen. Om ook te bidden voor mijn vijanden zoals je opdraagt. Ook dat is een deel van ons verhaal, van mijn verhaal. Ik kan er niet om heen.

Ik omarm het, en daarmee doe ik recht aan de pijn van mijn leven, van ons leven. Eer ik het leven in heel zijn gebrokenheid. Ik weet niet of het altijd lukt

God, ik hoop het, ik ga het proberen. Sta me bij! Misschien dat in de scheuren van het bestaan iets oplicht van u?

Het is zo’n onzekere tijd, ik denk vaak; hoe lang nog? Misschien heb je gelijk, misschien wel 70 jaar. Dan maak ik dat niet meer mee, terugkeer. Maar mijn kinderen wel. Nooit meer voet zetten op mijn geboortegrond, maakt me verdrietig. Tegelijk maakt het me wakker, terugkeer is niet de stip op de horizon. Je kan in je leven nooit terug, alleen maar vooruit. Uw woorden over toekomst bouwen een onwrikbaar vertrouwen in mij. Dat geeft mij moed, ook al bent u geen begrijpbare God, U bent wel een vindbare God. Ik zal proberen met hart en ziel te zoeken. Maar de kans dat u mij eerder vindt dan ik u acht ik zeer aannemelijk. Tot die tijd wil ik u vragen heb geduld met mij, met ons.

Tot die tijd neurie ik dat lied van David, over die herder die met mij meegaat die mij thuisbrengt, uiteindelijk, hoe dan ook, waar dan ook. Ik keer terug in het huis van de Heer. Tot in lengte van dagen

Met vriendelijke groeten

Amen

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *